Meer tijd op de voorschool

Afgelopen maand stond er in de lokale krant een artikel met het kopje: Meerderheid vóór meer tijd op voorschool. Het artikel begon als volgt: Kinderen van ouders die werkloos zijn of ouderschapsverlof hebben, moeten meer tijd op de voorschool krijgen. Dat vindt een meerderheid van de lokale politieke partijen, die de aanwezigheid willen verhogen van 20 naar 30 uur per week.

Ik zal eerst even uitleggen hoe het zit. Een voorschool is een kinderdagverblijf, gesubsidieerd door de staat, waar kinderen van 1 tot 5 jaar naartoe kunnen. Het aantal uren per week ‘voorschooltijd’ waarop een kind ‘recht’ heeft, hangt af van de activiteiten van de ouders. Fulltime werk of studie van beide ouders, betekent recht op een fulltime (werktijd + reistijd) plek op de voorschool. Als één van de ouders echter werkloos is of ouderschapsverlof heeft voor een jonger kind, dan is het aantal uren logischerwijs lager. Voorheen gold 15 uur per week; in 2011 is dat verhoogd naar 20 uur. Nu willen de meeste politici dit dus opnieuw verhogen, naar 30 uur per week. De belangrijkste reden die de partijen aanvoeren, is dat de voorschool een grotere pedagogische verantwoordelijkheid heeft gekregen met de invoering van de nieuwe schoolwet in 2011.

Dertig uur per week… Voor je tweejarige*… Terwijl je fulltime ouderschapsverlof hebt en thuis bent met je baby! Dat snap ik dus niet. Natuurlijk is het fijn om af en toe je handen even vrij te hebben. Een ochtendje bij opa en oma, of een middag bij een oppas, dat snap ik helemaal. Maar waarom zou je je kind 4 dagen per week 5 uur lang – en straks dus 5 dagen per week 6 uur lang – naar de opvang sturen, terwijl je zelf thuis bent? Wil niet iedereen zoveel mogelijk tijd met z’n kinderen doorbrengen? Ze worden al zo snel groot!

Afijn, hier is dat dus normaal. Mensen slaan stijl achterover als ze horen dat onze oudste niet naar de voorschool gaat. Als ze niet meteen beginnen over zijn ontwikkeling en dat we hem daarin belemmeren door hem thuis (en in het bos, in de speeltuin en bij vrienden op bezoek) te houden, dan gaat het wel over dat ze niet snappen hoe we dat doen en volhouden. Ik geef toe: het is hard werken. Zeker zonder ouders en andere familieleden in de buurt die even bij kunnen springen. Zeker in een maatschappij waar het zeer ongebruikelijk is om op elkaars kinderen te passen (daar heb je toch de voorschool voor?). Maar kom op, als gezonde volwassene kun je prima een baby en een peuter tegelijk verzorgen en vermaken.

Maar waarom brengen de Zweden hun kinderen dan massaal naar de voorschool? Argumenten die ik hier om me heen hoor, voorzien van mijn commentaar:

  • Er zijn geen leeftijdsgenootjes om mee te spelen. Klopt. Die zitten allemaal op de voorschool. Wij ondervinden dit ‘probleem’ ook. Maar peuters hebben niet elke dag leeftijdsgenootjes nodig. Wél elke dag hun ouders. En voor speelafspraken moeten wij gewoon wat meer ons best doen. Gelukkig zijn er nog steeds genoeg kinderen ‘thuis’.
  • Ik wil me helemaal op de baby kunnen richten. Ehm… misschien had je dan nog een aantal jaar moeten wachten met de tweede?
  • Het is zo druk met twee kinderen tegelijk. Ja, klopt. Dus?
  • De kinderen hebben het zo fijn op de voorschool. Hebben ze het thuis dan niet fijn? Oké, ieder kind is anders en er zijn er vast die het heel leuk vinden op de opvang. Ik hoor het argument echter zó vaak, en zie tegelijkertijd zó vaak verdrietige en eenzame kinderen rondlopen op de 5 voorscholen hier in de straat, dat ik vermoed dat het vooral de ouders zijn die het fijn vinden.
  • Mijn kind heeft stimulans nodig die ik hem niet zelf kan bieden. Ik word altijd verdrietig als ik dit hoor. Veel Zweedse ouders hebben heel weinig zelfvertrouwen. Begrijpelijk als er van alle kanten geroepen wordt dat de voorschool de beste plek is voor je kind. Maar kom op, even googelen en je hebt genoeg ideeën voor een maand aan activiteiten.

Ik kan me erg boos maken om de reden die wordt aangevoerd. Dat de voorschool zo goed zou zijn voor kinderen, vanwege de pedagogische aspecten. Ik geloof dat jonge kinderen geen pedagogiek nodig hebben. Ze hebben hun liefhebbende ouders nodig. Politici blijven roepen dat de voorschool zo goed is voor het levenslange leren van kinderen, maar niemand kan met een wetenschappelijk bewijs komen. Voor mij is dit het zoveelste teken dat ouders in Zweden incompetent worden geacht, en dat men kinderen ziet als het eigendom van de staat. Pfff, ik begrijp het niet en zal het ook niet gaan begrijpen.

* Als voorbeeld neem ik een leeftijdsverschil van 2 jaar tussen de kinderen. Dat komt namelijk het vaakst voor, omdat het financiële voordelen kan hebben. (Een regeling van de staat.)

Advertenties

Teamspirit

Zoals ik eerder al schreef, krijg je in Zweden 16 maanden betaald ouderschapsverlof, te verdelen tussen beide ouders. Voor ons was het vanzelfsprekend om allebei een deel van het ouderschapsverlof op te nemen, zodat de Technicus ook een goede relatie met Jip op kon bouwen.

Toen Jip een maand of 8 was en geen volledige borstvoeding meer kreeg, ging ik weer aan het werk. Eerst een poosje parttime, iets later fulltime. De Technicus was thuis met Jip. Nu was ik degene die ’s avonds moe thuis kwam. En was de Technicus degene die maandenlang het hele huishouden moest runnen: boodschappen, alle afspraken, kleding voor Jip aanschaffen, dat soort zaken – allerlei dingen die je niet tegenkomt met een enkele ‘papadag.’ Onze relatie kreeg een boost. We kregen nog meer begrip voor elkaar, waardeerden elkaars inzet meer en voelden ons sterk als team. Doordat wij beide ervaringen hebben, beseft de Technicus hoeveel ik nu doe voor het gezin, en begrijp ik hoeveel de Technicus moet missen van de kinderen als hij werkt/studeert. Een dergelijke ervaring gun ik iedereen. We voelen ons als gezin een eenheid en nemen alle beslissingen over wie er werkt en hoeveel écht samen.

Emancipatie staat voor mij niet alleen voor gelijke rechten en kansen, maar vooral ook voor keuzevrijheid en waardering voor elkaars kwaliteiten. Het doel: meer vrouwen (fulltime) aan het werk en op topposities mag van mij gebalanceerd worden met: meer mannen met een parttime baan en (tijdelijk) thuis met de kinderen. Hoewel Zweden mijns inziens geen voorbeeldland is qua kinderopvang– en emancipatiebeleid, kunnen we er wel één en ander van leren. Ik denk dat we moeten beginnen met alle vaders 2 maanden betaald ouderschapsverlof te geven, in één keer op te nemen. Als ik toch eens politica zou zijn… O nee, dat wil ik helemaal niet worden, want dan zou ik teveel van mijn kinderen missen. ;-)

Zweeds communisme

Subtitel: Over kinderopvang en familiepolitiek

Eerder schreef ik over het ouderschapsverlof in Zweden: 16 maanden betaald verlof, naar keuze te verdelen tussen beide ouders. Als het ouderschapsverlof ten einde loopt, is er de voorschool (förskola; ook wel dagis genoemd). Volgens de Zweedse wet heeft ieder kind vanaf 1 jaar recht op een plek op een voorschool, mits je dat 4 maanden van tevoren hebt aangevraagd. De kosten worden betaald met belastinggeld, de eigen bijdrage is symbolisch. Op die manier kunnen beide ouders blijven werken, zonder dat je dure kinderopvang hoeft te betalen of grootouders hoeft in te schakelen. Ideale samenleving, toch? Nou… nee.

To preschool or not

Toen Jip een jaar werd, hadden wij de keuze: to preschool or not to preschool? En zo ja, vanaf wanneer en hoeveel uur per week? Er waren in die tijd veel ouders in onze omgeving die voor dezelfde keuze stonden. Wat ons opviel, was de vanzelfsprekendheid waarmee iedereen het had over de voorschool. Er werd altijd gevraagd bij wélke voorscholen we Jip hadden aangemeld, niet OF hij naar de voorschool zou gaan.

Wij hebben vooral gekeken naar Jip, die nog helemaal geen behoefte leek te hebben aan veel leeftijdsgenoten. Sterker nog, na een uurtje op de Öppna förskola (een soort buurthuis waar je samen met je jonge kinderen naartoe kunt gaan om anderen te ontmoeten) was Jip de drukte helemaal zat. Thuis was (en is) hij zoveel geconcentreerder en uitbundiger in zijn spel. Ons gevoel zei dat Jip nog helemaal niet toe was aan een voorschool, dat hij vooral behoefte had aan z’n ouders. De keuze was simpel voor ons: we houden Jip voorlopig thuis. Het enige nadeel was dat het moeilijk is om leeftijdsgenoten te ontmoeten, omdat iedereen op de dagopvang zit. Speeltuinen zijn vrijwel altijd verlaten. Met andere gezinnen iets afspreken is lastig, want niemand heeft tijd. Goed, hier moeten wij gewoon extra ons best voor doen.

Kritiek

Sinds we onze keuze hebben gemaakt, krijgen we regelmatig felle kritiek van andere ouders. Hij moet wel met andere kinderen leren spelen, hoor! En: Hij moet wel uitgedaagd worden! En: Wanneer gaat hij dan wel? Want voorschool is echt het beste voor zijn ontwikkeling, hoor! Lichtelijk van ons stuk gebracht, ben ik – wetenschapper die ik ben – op zoek gegaan naar onderzoeken over de effecten van dagverblijven op de ontwikkeling van jonge kinderen. Enkele uren op het internet leerden mij dat kinderdagverblijven het risico op stress en gedragsproblemen vergroot. Deze effecten zijn sterker naarmate het kind op jongere leeftijd en/of langer per week naar een dagverblijf gaat. De enkele positieve cognitieve effecten die in sommige onderzoeken gezien worden, komen vooral voor bij kinderen van lager opgeleide ouders en dagverblijven van hoge kwaliteit – dat wil zeggen: kleine groepen kinderen met veel personeel.

In de tijd dat wij bezig waren met de keuze ‘voorschool of thuis’, sprak ik een moeder uit de buurt. Zij had haar tweede kind 15 maanden na de eerste gekregen en besloten om de oudste nog niet naar een voorschool te brengen toen ze met ouderschapsverlof voor de tweede was. Toen ik zei dat ik dat een goede en vanzelfsprekende keuze vond, kreeg ze tranen in haar ogen. Ik was de eerste die dat zei! Alle andere ouders die zij hierover gesproken had, stonden negatief tegenover haar keuze. Ze had vele malen gehoord dat voorschool het beste voor de ontwikkeling van haar oudste zou zijn. Er waren zelfs mensen die haar egoïstisch vonden en zeiden: je houdt je kind thuis omdat jij dat zo gezellig vindt, maar je ontneemt je zoon het recht op de voorschool.

Toen ik dat hoorde, begon ik serieus te denken dat er iets mis is in Zweden. Ik ben me daarom gaan verdiepen in de regels betreffende kinderopvang in Zweden en heb politieke debatten gevolgd.

Politiek

Ten eerste zijn er allerlei financiële maatregelen vanuit de overheid die de voorschool stimuleren. Een plek op de voorschool wordt zo goed als volledig gefinancierd met belastinggeld, terwijl andere constructies – denk aan gastgezin, au pair, grootouders, samenwerking met gezinnen uit de buurt – nauwelijks of geen financiële steun krijgen. Het is in Zweden moeilijk om een gezin te onderhouden van slechts één salaris. Gezamenlijke belasting voor partners is bijvoorbeeld afgeschaft, en er zijn bijna geen parttime banen, waardoor je de keuze moet maken tussen één of twee salarissen.

Ten tweede wordt door politici en media geroepen dat Zweedse voorscholen tot de beste in de wereld behoren. Bewijs hiervoor ontbreekt. Sterker nog, het is aannemelijk dat de meeste Zweedse voorscholen juist verre van goed zijn. Groepen zijn groter en groter geworden: 25 kinderen onder de 3 jaar met 3 begeleiders, is niet ongebruikelijk. Veel politici beweren echter dat de kundigheid van de Zweedse pedagogen voor de grote groepen kan compenseren. Wederom ontbreekt wetenschappelijk onderzoek. Tot een paar jaar geleden stond zelfs op de website van het Zweedse gezondheidsinstituut de bewering dat voorscholen goed waren voor de gezondheid en ontwikkeling van kinderen vanaf 1 jaar. Met een paar links naar onderzoeken die hier niets mee te maken hadden. Gelukkig is de hele bewering op aandringen van een aantal ouders weggehaald.

Het meest ingrijpende effect van de politieke lobby is misschien wel het effect op het zelfvertrouwen van veel ouders. Ik zie veel onzekerheid om me heen. Ouders die niet weten hoe ze hun tweejarige kunnen vermaken/uitdagen. Ouders die oprecht geloven dat de pedagogen op de voorschool veel leukere dingen kunnen doen met hun kinderen dan dat zij zelf kunnen. Ik krijg het ook vaak te horen: op de voorschool wordt hij veel meer uitgedaagd, daar ben jij niet voor opgeleid. En: wacht maar, na een paar weken ben je door al je creatieve ideeën heen en word je een saaie ouder. Ik voel me inmiddels niet meer aangesproken door zulke opmerkingen.

Gevolgen voor de samenleving

Sinds de invoering van het huidige kinderopvangsysteem in Zweden in de jaren ‘70 zijn de groepen steeds groter geworden en de werkdruk voor personeel hoger. Zweden is qua onderwijsniveau gekelderd van een toppositie 20 jaar geleden tot een gemiddelde plek nu. In dezelfde tijd zijn psychosomatische problemen onder jongeren verdrievoudigd, vooral onder meisjes. Dit is de sterkste stijging onder 11 vergelijkbare Europese landen. Stressgerelateerd ziekteverzuim is een van de hoogste in de wereld, vooral onder vrouwen. Het aantal scheidingen in Zweden ligt aan de top met 55% (38% in Nederland). En volgens de Zweedse minister van onderwijs is het gedrag van kinderen in de klas een van het slechtste van Europa.

Er wordt gespeculeerd dat kinderen en ouders het contact met elkaar kwijt raken. Ik denk dat dat klopt. In een typisch Zweeds gezin werken beide ouders fulltime. De kinderen gaan vanaf anderhalf jaar naar de voorschool, vaak 8 tot 10 uur per dag. Ouders laten, wegens gebrek aan tijd en zelfvertrouwen, de opvoeding in handen van het personeel op school en voorschool. Kinderen missen de hechte band met hun ouders en hechten zich aan leeftijdsgenoten (het zogenaamde ‘peer attachment’), die niet de steun en onvoorwaardelijke liefde van ouders kunnen vervangen. Ouders – en met name moeders – voelen zich klem zitten tussen werk en zorg voor de kinderen, en worden ziek. Relaties van ouders staan onder druk wegens gebrek aan tijd en het gevoel van vrijheid om je eigen leven in te richten.

Ik vrees dat de negatieve effecten op de gezondheid van de Zweedse bevolking nog een poos door zullen gaan, omdat de afgelopen jaren alleen maar meer en jongere kinderen hun dagen op de voorschool doorbrengen. Gelukkig zijn er ook tegengeluiden. Steeds meer ouders durven de wens uit te spreken om meer tijd met hun kinderen door te brengen, en zoeken naar alternatieven. Ook zijn er politici die vraagtekens beginnen te zetten bij de Zweedse familiepolitiek.

Vrijheid

Ik ben niet de eerste die de term communistisch noemt in verband met de Zweedse familiepolitiek. Begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen voorscholen. Het is goed dat er betaalbare kinderopvang bestaat, als alternatief. Maar een staat die zo sterk probeert de keuzes van burgers te beïnvloeden, door wetenschappelijk onderzoek te negeren en door eenzijdig de voorschool te promoten met allerlei regelingen, dat vind ik beangstigend. Het wordt mensen moeilijk gemaakt om hun eigen keuze te maken over het belangrijkste aspect van hun privéleven. Misschien ben ik wel extra gechoqueerd doordat ik het absoluut niet verwacht had van Zweden. Het land stond voor mij altijd synoniem aan vrijheid. Langzaamaan merken wij dat vrijheden in Zweden juist beperkt zijn. Het is voor ons een reden om wellicht niet in Zweden te blijven wonen.

Gelijkheid versus vrijheid

Zweden staat voor gelijkheid (jämställdhet). Gelijkheid tussen man en vrouw. Het is een van de hoogste doelen voor veel Zweden en het gelijkheidsideaal domineert de Zweedse politiek. Bijzonder veel politieke en economische maatregelen zijn erop gericht om mannen en vrouwen in dezelfde richting te sturen. Het heeft financiële voordelen om het ouderschap gelijk te verdelen tussen man en vrouw. Er bestaat zo goed als gratis kinderopvang, zodat beide ouders kunnen werken. Vrijwel elk bedrijf heeft een jämställdhets commissie. Personeel op crèches en scholen worden opgeleid om ‘gelijkheid te onderwijzen.’ Zodoende heeft Zweden een zeer hoog aandeel vrouwen met een betaalde baan, en bijvoorbeeld bijna 50% vrouwen op topposities in de politiek.

Helaas is de jämställdhet in de praktijk lang niet zo utopisch als het klinkt. De Zweedse gelijkheid beperkt de vrijheid, veelal van vrouwen. Er zijn mijns inziens twee problemen met de interpretatie van gelijkheid in Zweden. Ten eerste gaat men er vanuit dat verschillen tussen mannen en vrouwen puur gebaseerd zijn op culturele en maatschappelijke verschillen, niet op biologische. Ten tweede heeft men als ‘ideaal’ de traditionele mannelijke rol genomen: werken, de kost verdienen, carrière maken.

Je wordt als vrouw geacht om je als ‘man’ te gedragen. ‘Vrouwelijke’ activiteiten, zoals thuis blijven met je jonge kinderen of parttime werken, worden niet gewaardeerd en zelfs ontmoedigd, zowel sociaal als vanuit de politiek. Kies je er als vader voor om meer ouderschapsverlof op te nemen dan je vrouw, dan kun je lovende woorden verwachten. Andersom krijg je afkeurende blikken.

Een van de meest schrijnende voorbeelden van de vrijheidsbeperkende jämställdhet is de interpretatie van de term ‘kvinnofälla’, vrouwenval. Dit betekent dat je als moeder – langer dan het ouderschapsverlof toelaat – bij je kinderen wilt zijn, je carrière op een lager pitje zet en (tijdelijk) thuisblijfmoeder wordt. Als je aan deze moedergevoelens toegeeft, dan zit je vast in de vrouwenval. Dit wordt door de politiek en door veel Zweden gezien als onwenselijk. Als iets waartegen vrouwen beschermd moeten worden. Door ontmoedigende maatregelen en door te roepen dat de crèche toch echt de beste plek is voor je kind.

Gelijke kansen creëren voor mannen en vrouwen, vind ik vanzelfsprekend een goede zaak. Maar dezelfde kansen en mogelijkheden moeten niet dezelfde verplichtingen inhouden. Vrijheid om je eigen keuzes te maken en je leven in te richten zoals je dat zelf graag wilt, vind ik een van de belangrijkste aspecten van een samenleving.