Klein bioloogje

Zondagmiddag. Ik ga met Jip een stuk wandelen in ‘ons’ bos. Zo’n 50 meter het bos in ziet Jip de eerste mierenhoop, een grote interesse van hem. Kijk mama, een oude mierenhoop! Daar gaat Jip een gat in prikken. En gangetjes maken, zodat de mieren naar buiten kunnen komen. (Hij port met een stok in de verlaten hoop.) Ik hoop dat er geen mieren meer in zitten, zegt hij wijs.

Bioloogje 1 Bioloogje 2

Jip begint de mierenhoop te ontleden. Aan de buitenkant zitten voornamelijk dennennaalden, binnenin meer modder en takjes. Hij vertelt het me in detail. Ik zit op een boomstronk naast hem. Te kijken en te genieten. Mijn lieve, kleine bioloogje. (Hij heeft het niet van een vreemde: z’n ene opa is een chemicus, de andere was bioloog, en z’n moeder is biochemicus.)

Na een kwartier lopen we verder. Paddestoelen! Nog een interesse van Jip. Kijk mama, een mooie ronde paddenstoel! En daar, allemaal mini-paddenstoeltjes! Jip rent bijna van enthousiasme. Zouden we ook een mooie rooie paddenstoel tegenkomen? vraagt hij. Hij heeft geluk. Helemaal aan het eind van onze wandeling – over glibberige bruggetjes en langs twee omgeknakte bomen, een wandeling waarop ik hem veel op mijn schouders draag, omdat hij eigenlijk wel verder wil maar ook moe is – komen we eindelijk die mooie rooie paddenstoel tegen. Rood met witte stippen.

Natuuronderwijs

Stel je voor. Je bent tweeënhalf en loopt met je vader buiten, op weg naar een speelplek. In een stukje bos, nog geen honderd meter van je huis, zien jullie twee eekhoorntjes. Ze zitten elkaar achterna en rennen om de stam van een boom heen omhoog. Met een paar versgeplukte herfstbladeren in je hand ga je op je rug liggen om alles eens goed te bekijken. Dan gaat er een eekhoorntje recht boven je zitten. Het knabbelt aan een dennenappel en de stukjes vallen precies op jou. Je bent heel stil en kijkt. En kijkt. Even later kun je de afgekloven dennenappels mee naar huis nemen.
Stel je voor. Je bent tweeënhalf en krijgt natuuronderwijs in Zweden.

Natuuronderwijs

Verbod op thuisonderwijs?

Toen ik een aantal jaar geleden voor het eerst iets over thuisonderwijs hoorde, vond ik het maar vreemd. Ieder kind hoort toch naar school te gaan? dacht ik. Thuisonderwijs is vast vooral iets voor extreem gelovigen en sektes. En dan had ik nog wat vooroordelen over sociale ontwikkeling.

Ik weet niet meer precies waarom ik geïnteresseerd raakte. Maar ik werd het. Ik leerde (online) thuisonderwijsgezinnen kennen. Ik verdiepte me in hun motivaties. Ik las wetenschappelijk onderzoek over thuisonderwijs. En ik werd enthousiast. Erg enthousiast.

Ik vind niet dat iedereen massaal thuisonderwijs moet gaan geven. Ik vind alleen dat de keuzemogelijkheid er moet zijn. Sommige ouders kiezen voor Daltononderwijs, anderen voor Montessori en een hele kleine groep kiest voor thuisonderwijs. En nee, dat is niet schadelijk voor de kinderen. Integendeel. Wetenschappers die onderzoek doen naar thuisonderwijs zijn niet meer bezig met de vraag OF thuisonderwijs werkt, maar waarom het zo GOED werkt. Zowel op sociaal/emotioneel als intellectueel gebied.

Groot was mijn verbazing toen ik las dat staatssecretaris Dekker thuisonderwijs wil verbieden. Op zich snap ik zijn redenen om ‘tegen’ thuisonderwijs te zijn; hij heeft namelijk dezelfde vooroordelen als ik vroeger had, blijkt uit zijn brief aan de Tweede Kamer. Nu mag iedereen een dergelijke ongefundeerde mening hebben, maar NIET de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap! Schandalig, vind ik het! Hij negeert gewoon al het wetenschappelijk onderzoek.

Eenieder die zijn vooroordelen even aan de kant zet en zich oprecht verdiept in thuisonderwijs, kán het niet eens zijn met een totaalverbod op thuisonderwijs. Daarom zeg ik:

Teken de petitie!

Laat de mogelijkheid bestaan, voor de kleine groep mensen die dat willen, om thuisonderwijs te geven!

 

Voor wie nog weinig bekend is met thuisonderwijs, staan hier twee interessante artikelen:
http://kiind.nl/articles/519/Haaldewereldbinnenmetthuisonderwijs.html
http://www.pedagogiek.nu/101226

Natuurkundeles

Na het avondeten stond ik nog even af te wassen. We hebben sinds vorig jaar een vaatwasser – een tafelmodel, de beste aankoop ooit! – maar pannen en houten spatels wassen we met de hand af. Jip wilde helpen. ‘Is goed,’ zei ik en gaf hem een theedoek. Een paar minuten ging het heel effectief, hij droogde echt af. Toen begon hij spullen terug te gooien in de afwasteil, om vervolgens geconcentreerd in de bak te turen. Ik weerstond de neiging om het te verbieden en vroeg ‘vind je het interessant om te zien wat er gebeurt?‘ Ja, dat vond hij. Ik noemde de begrippen zinken en drijven, waarop het ene voorwerp na het andere in de afwasteil verdween, gevolgd door een enthousiast ‘die zinkt!‘ of ‘die drijft!

En zo kreeg Jip zijn eerste natuurkundeles.

Waarom thuisonderwijs werkt

Eergisteren schreef Ellinor Peterson wederom een interessant stuk over het congres dat zij op dit moment bijwoont. Waarom thuisonderwijs werkt is haar verslag van een lezing door Dr. Gordon Neufeld, ontwikkelingspsycholoog uit Vancouver. Wegens grote interesse in haar vorige logje, heb ik het hele verslag vertaald (pdf). Enkele fragmenten met mijn eigen commentaar staan hieronder.

Dr. Gordon Neufeld begon met te presenteren wat het is dat we willen dat kinderen leren om volwassen, goed aangepaste burgers te worden. Vervolgens verklaarde hij waarom het gunstiger is om deze zaken te ontwikkelen in een thuismilieu, dan in een schoolmilieu.

Thuisonderwezen kinderen brengen minder tijd door met studeren, maar scoren beter op gestandaardiseerde testen. Ook zijn ze gemotiveerde leerlingen, tonen grotere rijpheid, hebben minder gedragsproblemen, zijn socialer, en hebben een hogere zelfwaarde.

Dit is een korte samenvatting van wat ik zelf de afgelopen maanden over thuisonderwijs geleerd heb. In eerste instantie misschien contra-intuïtief, maar hoe meer ik erover nadenk en de vele wetenschappelijke onderzoeken erover lees, hoe logischer ik het vind.

Er bestaan bepaalde mythen rond thuisonderwezen kinderen – dat ze sociaal onaangepast worden, dat school democratie voedt, dat cultuur wordt overgebracht door juiste exponentie, die door scholen gevormd wordt, en als kinderen omgaan met “gelijken” dan leidt dat tot socialisering.

Als men zichzelf kan zien als afzonderlijk en zelfstandig, kan men anderen ook op die manier zien. Het is niet zinvol om te benadrukken dat iedereen gelijk is, want dat zijn we niet.

Door alle kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar in een klas te zetten, benadruk je  gelijkheid, in plaats van verscheidenheid te leren waarderen. Ik vraag me al heel lang af wat het nut is van het kunstmatig vormen van zo’n homogene groep. Op welke manier bereidt dat kinderen voor op de rest van het leven?

Er is veel te zeggen voor thuisonderwijs of andere vormen van onderwijs dan ons klassieke model. Tegelijkertijd heerst in Europa de tendens dat overheden steeds meer beslissen over het onderwijs, en ouders steeds minder keuzevrijheid hebben. In veel landen worden de mogelijkheden tot het geven van thuisonderwijs steeds verder ingeperkt. Ik hoop van harte dat deze trend omkeert.