Band

Jip begon te wennen op de kleuterschool, waarbij vader of moeder aanwezig is, en de ander voor Pluk zorgt. De Technicus lag vervolgens een paar dagen plat met griep en we hebben geen oppas in de buurt. Dat betekende dat ik me in bochten wrong voor kinderzorg, werk in de avonduren, en een weekend vol activiteiten met en voor de kinderen. Ik ben de laatste dagen ontzettend dankbaar voor een gezond lijf met een paar stevige benen eronder en een optimistisch hoofd er bovenop.

Te midden van alle drukte gebeurde er iets moois. Door alle extra tijd die ik met Jip doorbracht, kwamen we dichter bij elkaar. Met Pluk bracht ik natuurlijk ook meer tijd door, maar dat verschil merkte ik niet zo sterk. Pluk mist mij als ik veel werk, maar de band is binnen drie minuten weer aangetrokken. Jip heeft daar meer tijd voor nodig. Na drie dagen intensief in elkaars gezelschap geweest te zijn, begint hij me weer spontaan te omhelzen. Wat heb ik dat gemist!

Werkende moeder

Ik ben een werkende moeder. Met een thuisblijfman. Dat gelukkig wel. En hoewel ik geen vreselijk lange dagen maak, ben ik toch veel weg. Ik mis de kinderen en de kinderen missen mij. In het weekend breng ik zoveel mogelijk tijd met ze door. Jip zegt dan vaak automatisch papa tegen mij. Pluk zegt ook geen mama meer, maar noemt me bij m’n voornaam. Alsof ik een kennis ben. Tsss.

Op werkdagen skypen we meestal wel één keer per dag. Dan krijg ik standaard de vraag van Pluk: Kom je al thuis? Dan ga ik jou nuffelen! Jip heeft een andere oplossing bedacht: een afstandsbediening voor mijn fiets. En als ik dan op het knopje druk, dan kom jij meteen naar huis racen!

Tijd voor vakantie!

Binnen de lijntjes

Jip zit aan de knutseltafel. Hij heeft potloden en een kleurplaat voor zich. Hij pakt het ene potlood na het andere op en legt het weer neer. Tegenover hem zit Pluk vol overgave en met wilde bewegingen te kleuren. Jips blaadje blijft leeg. Hij wordt steeds stiller. Ik kan niet netjes kleuren, jij moet het doen! roept Jip en hij loopt weg.

Jip vindt wel vaker van zichzelf dat hij iets niet goed genoeg kan – zelf aankleden, binnen de lijntjes kleuren, loopfietsen… Gelukkig houdt hij van puzzelen en bouwen; daarin lijkt hij redelijk ongeremd. Vorige week las ik toevallig over een onderzoek van Carol Dweck, waarin ze schoolkinderen een makkelijke opdracht geeft, waarna de kinderen geprezen worden voor hun harde werken, dan wel hun intelligentie. De ‘harde werkers’ kozen vervolgens heel veel vaker voor een moeilijkere uitdaging dan de ‘slimme kinderen.’ Nu prijzen we onze kinderen al niet bijzonder vaak voor hun prestaties, maar hier konden we nog wel extra op letten, vonden we. Dus hoorden de kinderen de afgelopen week regelmatig wanneer ze hard gewerkt hadden of hun best hadden gedaan.

Jip lijkt er goed op te reageren. We horen hem vaker dingen zeggen als: Poeh, dat is moeilijk! en: Ik ben wel heel moe geworden. Om vervolgens vrolijk nog een keer te proberen op de glijbaan te klimmen.

De kleurplaat is nog steeds maagdelijk wit. Jip zucht. Hij wil zo graag! Dan zegt de Technicus: Zeg, hoor eens. Jongetjes van drie mógen nog helemaal niet binnen de lijntjes kunnen kleuren. Jij mag alleen maar búiten de lijntjes kleuren. Jip grijnst ondeugend. Ik ga wél binnen de lijntjes kleuren. En hij is los. Met uiterste concentratie kleurt Jip zijn eerste kleurplaat. Potloden worden zorgvuldig uitgezocht. Tong uit de mond. Als hij buiten de lijntjes raakt, gaat hij vervolgens gewoon verder. Jip is trots!

Zindelijk. En hoe!

Pluk is zindelijk. En niet zo’n beetje ook. Sinds een tijdje zegt ze niet eens meer dat ze moet plassen. Nee, ze gaat gewoon. Helemaal zelfstandig. Ik overdrijf niet. Een voorbeeld:

We zitten met z’n allen met de Lego te spelen. Pluk staat op, loopt weg, doet de badkamerdeur open, het licht aan, loopt naar de wc – het potje? daar is ze veel te groot voor! – doet het deksel van de wc open, pakt het krukje, doet haar broek en onderbroek uit, klimt op het krukje en gaat op de wc zitten. Tegen die tijd kijken wij even om de hoek of alles goed gaat. Pluk doet haar behoefte, doet de klep dicht, klimt op de wc, trekt door, klimt er weer vanaf en trekt haar broek weer aan.

Nee, ik overdrijf écht niet. Bovenstaande gebeurt dagelijks. Soms pakt ze zelfs een stuk wc papier en probeert zelf haar billen af te vegen. Een hilarische vertoning, met haar korte armpjes en bolle buik.

Ik wist wel dat kinderen die een ouder voorbeeld hebben, over het algemeen wat sneller zijn. Dat is best leuk. Maar zo snel?! Waar is mijn kleine meisje gebleven??

Meer over Pluks zindelijk worden:

Werken

Voordat ik kinderen had, wist ik precies hoe je moet opvoeden. Ik wist ook heel goed hoe ik het zou doen. Het zou een fluitje van een cent worden. Nu ik kinderen heb, weet ik twee dingen heel zeker: 1) ik ben een heel andere ouder dan ik dacht dat ik zou zijn, en 2) ik vind het eindeloos veel moeilijker dan ik ooit gedacht had.

Vanmiddag, na een conflict met Jip, besefte ik me dat Jip op een bepaalde manier volwassener gedrag vertoonde dan ik. Na me een groot potje geschaamd te hebben, bood ik Jip m’n excuses aan en vroeg hulp aan vriend Google. Met die tips kan ik wel wat. Er gaat aan mezelf gewerkt worden.

En dan zijn er mensen die beweren dat je je zonder betaalde baan niet kunt ontwikkelen…

Eenzame mama

Vanaf morgenochtend ben ik bijna een week lang eenzame mama, zoals de Zweden dat noemen. De Technicus gaat naar Nederland om zijn moeder te helpen verhuizen. Ik heb vakantie/ouderschapsverlof en zorg voor de kinderen. Ik kijk er naar uit om weer alles van de kinderen mee te kunnen maken; dat heb ik erg gemist de afgelopen maanden van fulltime werken. Op het programma staat: veel naar buiten, veel voorlezen en veel knuffelen.

Virgilius

Jip is een echt boekiemonster. Van jongs af aan wordt hij graag voorgelezen. En dat doen wij trouw bijna elke avond. Ik vind het één van de leukste dingen van het ouderschap: in een hoekje dicht bij elkaar gaan zitten en voorlezen.

Toen Jip net 2 was, plukte hij een boek van Paul Biegel uit de kast – Virgilius van Tuil, de omnibus. Dat wilde hij lezen. Prima. Ik las voor en Jip zat aandachtig te luisteren. Een week en 50 bladzijden verder had hij er genoeg van en het boek verdween weer in de kast. Tot een paar weken geleden. Ik ben weer vooraan begonnen. Jip luisterde en vertelde na. Bij bladzijde 51 zei hij: Dit hadden we nog nooit gelezen. Hij kon er geen genoeg van krijgen. Vanavond was het uit. En Jip wil nog meer verhalen over Virgilius.

Dus ik ben nu op zoek naar een boek. “Virgilius van Tuil en de oom uit Zweden”, lijkt me geknipt voor ons. Ik geloof dat het helaas niet meer gedrukt wordt. Hebben jullie misschien een tip waar ik dat boek kan vinden? Verder zag ik “De dwergjes van Tuil”, met losse verhalen, volgens mij. Weet iemand of dat een leuk boek is? Of hebben jullie nog andere tips?

Morgen beginnen we in “Pluk van de Petteflet.”

Grote kleine jongen

M’n grote jongen. Net drie en het formaat van een bijna vijfjarige (maat 116 en 18 kilo zwaar). Volwassen ventje, met het taalgebruik van een kind van zes. Lieve wijsneus, die zo graag speelt met letters, cijfers en elektronica. M’n grote zoon, die oplossingen verzint, apparaten bouwt en met een vergrootglas op de grond ligt om de natuur te bekijken.

M’n kleine jongen, die ’s avonds soms te moe is om zelf te eten. Die dan op schoot wil zitten en gevoerd wil worden. Lieve peuter, die z’n impulsen nog niet onder controle heeft en z’n zusje omver duwt. Of z’n bord met eten op de grond gooit. Onschuldig kind, dat nog geen idee heeft van ‘jongens-en-meisjes-dingen’ en het liefst roze sokken en kettingen draagt. Kleine knuffelkont, die heel dicht bij z’n vader wil slapen.

Lieve Jip, we waren de laatste tijd veel te streng voor je. Sinds je gewoon drie mag zijn, horen we je weer lachen en zingen.

Veranderde plannen

De Technicus heeft ouderschapsverlof en op zoek naar een baan na zijn – in september afgeronde – studie. Ik verdien de kost. De kinderen staan op een wachtlijst voor een kleine voorschool waar wij een heel goed gevoel bij hebben. (Jip kreeg er al twee keer een plek aangeboden, waarvoor we hebben bedankt omdat hij er nog niet aan toe was.) Vanaf augustus zou er een hoop gaan veranderen: onze kinderen deeltijd naar de voorschool, en wij ieder in deeltijd werken dan wel studeren.

ZOU er een hoop gaan veranderen. Ja.

Van de week kregen we een telefoontje van de gemeente. Ze hadden vanaf augustus slechts één plek op onze favoriete voorschool beschikbaar. Ze hadden wel een paar plekken op twee andere voorscholen hier in de straat. De één bij een gebouw met een loeiende ventilator op het dak, en waar je daarom de hele dag een harde zoem hoort. Geen optie voor onze geluid-gevoelige Jip. De andere voorschool letterlijk naast de deur, en waar we te vaak eenzame kinderen en schreeuwend personeel hebben gezien.

Tja. Wat nu??

Even nadenken. Jip lijkt er wel aan toe om een paar uurtjes per week naar een voorschool te gaan. Pluk zou alleen gaan, omdat wij willen werken; zelf heeft ze er nog totaal geen behoefte aan. Waarom houden we Pluk niet nog een poosje thuis? vroeg de Technicus.

Het voelde meteen goed. De Technicus neemt nog wat langer ouderschapsverlof. Jip mag naar de voorschool, en kan makkelijk minder uren gaan als dat beter voelt. Pluk krijgt tijd ‘alleen’ thuis en mag zich nog meer aan de Technicus hechten. Ik kan me richten op werk zonder rekening te hoeven houden met ‘ophaaltijden’ op de voorschool. Financieel redden we het prima. En de Technicus vindt het uitdagend en tegelijkertijd fijn en bijzonder om thuisblijfvader te zijn. Iedereen blij dus.

Grappig. Onvoorziene omstandigheden hebben ervoor gezorgd dat wij weer ons hart volgen. :-)

Het Grote-Stenen Principe

Kun je uitleggen waarom jullie de kinderen niet zo vaak prijzen? vroeg een vriendin me laatst. Ik was aangenaam verrast door de vraag en de oprechte interesse in onze ideeën. Ik vond het lastig en tegelijkertijd leuk om onder woorden te brengen wat vooral een gevoel is.

In onze ogen is de maatschappij waarin we leven te prestatiegericht. Er wordt van alles (onnodig) gemeten en beoordeeld, en er is te weinig aandacht voor gevoelens en ervaringen, en het delen daarvan. Toen ik moeder was geworden, werd ik me ervan bewust dat ik een andere balans* wilde. Niet alleen in het ouderschap, maar in mijn hele leven. De omgang met onze kinderen weerspiegelt immers wie wij zijn.

Onze kinderen zijn nieuwsgierig, leergierig en gedreven geboren. Niet prestatiegericht. Ik geloof dat kinderen mensen van nature leren en zich ontwikkelen, ook zonder straffen, belonen of prijzen. Sterker nog, ik geloof dat mensen zich beter kunnen ontwikkelen en gelukkiger kunnen worden zónder manipulatie van buitenaf. Als een kind bijvoorbeeld leert lopen, wordt het vaak van alle kanten geprezen voor zijn stapjes. Dat is in mijn ogen onnodig voor het leerproces, schadelijk voor het gevoel van eigenwaarde, en zonde van een gemiste kans op het gebied van gevoelens, ervaringen en contact tussen ouder en kind.

Maar als we niet (veel) willen prijzen, wat doen we dan wel? Ik gaf het eerder al een beetje aan: we richten ons op gevoelens en ervaringen. Ik zal een voorbeeld geven. Stel, je kleuter heeft een tekening voor je gemaakt en komt die enthousiast laten zien. Instinctief zullen de meeste mensen willen reageren met iets in de trant van: O, wat een mooie tekening! De intentie van het kind is echter niet om iets moois te maken, of knap gevonden te worden. Het kind wil contact. En om dat te bereiken, proberen wij ons te richten op gevoelens en ervaringen. We zeggen bijvoorbeeld: O, wat lief van je! Daar ben ik blij mee! En we vragen of zeggen iets over de tekening zelf. Vragen wat het is, waarom hij juist dát getekend heeft, iets zeggen over de gebruikte kleuren. Er zijn talloze mogelijkheden. Ik merk dat ik zelf steeds makkelijker alternatieven zie, nu ik een poos geoefend heb. :-)

Lars H. Gustafsson schrijft in zijn boek Växa – inte lyda (Groeien – niet gehoorzamen) over wat hij het Grote-Stenen Principe noemt. Hier in Zweden liggen overal grote stenen (rotsen) waar de kinderen op klimmen en klauteren. Lars Gustafsson beschrijft een kind dat op een grote steen is geklommen en roept naar vader of moeder: kijk eens! Volgens Gustafsson zijn er drie soorten reacties van ouders:

  1. Ongerustheid uiten
  2. Prijzen
  3. Het Grote-Stenen Principe

De eerste, het uiten van ongerustheid, wil ik alleen als de situatie echt onveilig is. Ik probeer het zoveel mogelijk voor mezelf te houden. O, wat vind ik dat soms moeilijk! De tweede, wat knap dat je helemaal zelf op die steen bent geklommen!, komt misschien wel het meeste voor, maar is vaak helemaal niet waar het kind mee bezig is. Het kind wil contact. Het wil gezien worden, en zegt dat ook letterlijk: Kijk eens! Door de nadruk te leggen op de prestatie van het kind, geef je de boodschap dat je iets moet presteren om gezien te worden.

De derde categorie reacties gaat uit van de belevingswereld van het kind en je daarin verplaatsen. Het kind wil dat je kijkt. En dus kijk je en zwaai je. Of je vraagt of hij een mooi uitzicht heeft daarboven. Of je vraagt of hij de wind in zijn haren voelt. Of wat je dan ook te binnen schiet als je naar je kind kijkt.

Het Grote-Stenen Principe. Ik vind het een mooi uitgangspunt. Ik heb al een hoop over mijn kinderen geleerd door ze te observeren. Ik word gelukkig door het contact. En door minder naar prestaties te kijken, leer ik zelf ook steeds beter om niet te dóen, maar gewoon te zíjn.

* Ik schrijf bewust een andere balans, omdat ik prestatiegerichtheid niet per se verkeerd vind, maar wel te overheersend.