Lieve grote broer

We vermoeden dat Jip wellicht niet goed tegen melkproducten kan. Daarom hebben we besloten om hem een maand geen melkproducten te geven. Dat is best lastig voor hem, want hij is dol op kaas en (drink)yoghurt. We zijn nu drie weken bezig en Jip doet het fantastisch! Hij snapt waarom we het doen en vraagt vooral wat hij dan wèl mag.

Vanochtend was ik met Jip in de supermarkt.
Jip: Zullen we drinkyoghurt kopen voor Pluk?
Ik: Ja, dat is goed. Maar vind je het dan niet vervelend dat jij geen drinkyoghurt mag?
Jip denkt even na en zegt: Nee, want Pluk vindt dat zo lekker!

Wat wordt dat kereltje groot, besef ik me opeens. En wat ben ik blij met alle tijd die we met de kinderen genieten!

Sorry

Kinderen houden je een spiegel voor. Soms maken ze zelfs een karikatuur van je. Al meer dan eens hebben we beseft dat we op onze woorden moeten passen. Soms is dat even slikken. Vandaag kreeg ik iets heel moois terug.

Toen Jip een jaar of anderhalf was, ben ik bewust begonnen om hem mijn excuses aan te bieden als ik vond dat ik iets verkeerd gedaan had. In het begin was dat een drempel en voelde het vreemd. Na verloop van tijd werd mijn sorry natuurlijker. Jip begon het een tijd geleden ook te zeggen.

Vanavond zat Pluk bij mij op schoot te stoeien en begon met haar hoofd op mijn borst te boinken, zoals ze zei. Auw, dat doet pijn, Pluk, zei ik. Sorry, zei Pluk. En toen nog een keer: Sorry. En ik kreeg een kusje van d’r. <3 Wat een prachtmoment!

Binnen de lijntjes

Jip zit aan de knutseltafel. Hij heeft potloden en een kleurplaat voor zich. Hij pakt het ene potlood na het andere op en legt het weer neer. Tegenover hem zit Pluk vol overgave en met wilde bewegingen te kleuren. Jips blaadje blijft leeg. Hij wordt steeds stiller. Ik kan niet netjes kleuren, jij moet het doen! roept Jip en hij loopt weg.

Jip vindt wel vaker van zichzelf dat hij iets niet goed genoeg kan – zelf aankleden, binnen de lijntjes kleuren, loopfietsen… Gelukkig houdt hij van puzzelen en bouwen; daarin lijkt hij redelijk ongeremd. Vorige week las ik toevallig over een onderzoek van Carol Dweck, waarin ze schoolkinderen een makkelijke opdracht geeft, waarna de kinderen geprezen worden voor hun harde werken, dan wel hun intelligentie. De ‘harde werkers’ kozen vervolgens heel veel vaker voor een moeilijkere uitdaging dan de ‘slimme kinderen.’ Nu prijzen we onze kinderen al niet bijzonder vaak voor hun prestaties, maar hier konden we nog wel extra op letten, vonden we. Dus hoorden de kinderen de afgelopen week regelmatig wanneer ze hard gewerkt hadden of hun best hadden gedaan.

Jip lijkt er goed op te reageren. We horen hem vaker dingen zeggen als: Poeh, dat is moeilijk! en: Ik ben wel heel moe geworden. Om vervolgens vrolijk nog een keer te proberen op de glijbaan te klimmen.

De kleurplaat is nog steeds maagdelijk wit. Jip zucht. Hij wil zo graag! Dan zegt de Technicus: Zeg, hoor eens. Jongetjes van drie mógen nog helemaal niet binnen de lijntjes kunnen kleuren. Jij mag alleen maar búiten de lijntjes kleuren. Jip grijnst ondeugend. Ik ga wél binnen de lijntjes kleuren. En hij is los. Met uiterste concentratie kleurt Jip zijn eerste kleurplaat. Potloden worden zorgvuldig uitgezocht. Tong uit de mond. Als hij buiten de lijntjes raakt, gaat hij vervolgens gewoon verder. Jip is trots!

Nee-ja-nee

Pluk zit, net als Jip destijds, in de ja-fase. Ze vindt bijna alles leuk om te doen, lekker om te eten, en interessant om te ontdekken: ja Ja JA! Vanavond was een uitzondering. We zaten aan tafel en Pluk wilde niks meer.

T: Pluk, wil je nog wat saus?
Pluk: Nee.
T: Wil je wat yoghurt?
Pluk: Nee.
Ik: Wil je je handen schoonmaken en van tafel af?
Pluk: Nee!
T: Ga je overal nee op zeggen?
Pluk: Hehehe, ja! Neeneeneeneenee.

Paaseitjes

We zitten aan tafel ons toetje te eten. Jip fantaseert over meer dan zijn bakje aalbessen van eigen tuin. Hij wil chocola. Met zijn bestek ‘bouwt’ hij een soort hefboom en takelt een denkbeeldig paaseitje van de grond omhoog. Met zorgvuldige bewegingen pakt hij de lekkernij uit en vertelt daarbij wat hij doet: Strikje eraf. Papiertje eraf. Hup, weg d’rmee, in de prullenbak. Zooo… Alsteblieft Pluk, die is voor jou. Jip strekt zijn hand uit. Pluk glundert en grijpt het denkbeeldige eitje van Jips hand. Hebbes! zegt ze. Ze stopt het eitje in haar mond. Hap. Mmmm, hekke!

Boswandeling

Het zou een regenachtige dag worden. Dus ik vreesde een dag van veel binnen zitten en van de strijd tegen de entropie – die meestal exponentieel toeneemt met de onrust van het binnen zitten. Gelukkig viel het mee. Na een rondje opruimen en stofzuigen binnenshuis, klaarde het op en gingen we naar buiten. De voorschool naast ons huis was dicht (Zweedse nationale dag), dus hadden we heel hun grote speeltuin voor onszelf. Een poosje gerommeld en een ruim kwartier met z’n drieën in de schommel gelegen. Heerlijk, met twee kletsende kinderen naast me. Pluk zei: gomme gomme, hadde hadde (schommelen en harder) terwijl Jip uitgebreid vertelde hoe de schommel gemaakt was en welke veiligheidsmaatregelen genomen waren opdat wij er niet uit zouden vallen. (Niet in die bewoording, by the way.)

Na een snelle opwarm-lunch hadden we ons middaguurtje – stilte: Pluk sliep, Jip keek Buurmannen en ik tekende. Daarna namen de onrust en de entropie in rap tempo toe en gingen we weer naar buiten. ‘Ons’ bos in! Eerst met de kinderen in de kar naar Stordammen (een meertje in het bos), daar de kinderen eruit en op zoek naar slangen. Jip ging voorop en zag een ringslang wegschieten. (Hij weet hoe ringslangen eruit zien, want hij gaat vaak met z’n vader op ‘slangenjacht.’) Ik zag ‘m helaas niet, maar vond wel een oude slangenhuid. De kinderen vonden het prachtig. Daarna liep Jip op z’n tenen verder, in de hoop nog meer slangen te zien. Ik deed Pluk even in de draagdoek, want die jaagt ze anders meteen weg. Slangen zagen we helaas niet meer, maar wel een hoop ander gedierte, waaronder vele muggen.

Pluk sjouwde grotendeels zelf door het bos. (Voor degenen die er niet zelf geweest zijn: ‘ons’ bos ligt werkelijk bezaaid met wortels en stenen; de eerste keren dat ik er liep, kon ik geen seconde om me heen kijken.) Als er een grote wortel in de weg lag, vroeg ze om een hant; als ik m’n hand ongevraagd aanbood, wilde ze hef (zelf). Als ze haar broer niet bij kon houden en hem niet meer zag, vroeg ze waar Oon (Jip) was. En bij elke grote steen riep ze kimme kimme! om op de steen te klimmen. Naast al het hef lopen en kimme, had ze kennelijk nog aandacht over om elke mie (mier) en pin (spin) op te merken en aan te wijzen.

Na ons slangenrondje was het tijd voor een snack. Toen we daar zaten, kwam de eend langs, en daarna zelfs een vos. De vos scharrelde een meter of 50 bij ons vandaan en we konden hem uitgebreid bekijken. Het was een mooi beest en de kinderen waren al net zo onder de indruk als ik. Het was al kwart over vier toen Jip nog naar Stentorpet (een zelfgebouwde hut) een kwartier verderop wilde. Ik twijfelde even of hij niet te moe was, maar dacht dat het wel kon. De heenweg, met Pluk in de draagdoek en Jip rennend van enthousiasme, ging snel. Bij de hut ging Jip aan de slag om een deur te maken. Het werd zelfs een automatische deur, met schroeven, hendels en benzine.

Uiteindelijk met tegenzin terug naar de kar bij Stordammen. Na 100 meter liet Jip zich op de grond vallen en wilde niet meer verder lopen. Moe. Snap ik. Ik had alleen niet veel opties in m’n eentje. Ik had Pluk op m’n rug en droeg Jip een stukje in de hoop dat het oncomfortabel voor ‘m zou zijn en hij toch zou willen lopen. Het was inderdaad oncomfortabel en Jip begon zich los te wurmen. Ik probeerde van alles, maar lopen weigerde hij. Wat doe je dan, met twee kinderen van 19 respectievelijk 14 kilo. Even rekenen… dat is ruimschoots meer dan de helft van mijn eigen gewicht. Kan ik dat? (En zo ja, is dat wel gezond?) Goed, ik nam Jip in de draagdoek en Pluk op m’n nek. Het was een zwaar kwartier. En nu heb ik spierpijn.

Een foto-impressie:

SlangenjachtKimme kimme

 

De plaatselijke bewonerRennend naar StentorpetPluk in de hutJip maakt een deur

Ik heb werkelijk fantastische dagen met de kinderen. Soms (letterlijk) zwaar, soms logistiek uitdagend in m’n eentje, maar vooral FIJN! Alles wat de kinderen doen en verzinnen, alles dat ze zeggen, alle lieve momenten… ik ben erbij! Van mij mag de Technicus nog een keer een weekje weg. Het liefst in de zomer.

Plukpraat

Pluk gebaart niet alleen, Pluk kletst ons de oren van het hoofd! Gezellig, vinden wij. Ter illustratie een beschrijving van deze avond.

Ik kom vlak voor het eten thuis. De kinderen hebben van alles te vertellen. Jip vertelt wat ze gedaan hebben, en Pluk wijst aan: die, die, daa, daa! We dollen nog wat en Jip wordt door zijn vader gekieteld. Pluk komt mee kietelen en zegt: kie kie (kielekiele).

We gaan aan tafel en ik zet Pluk in haar stoel. Koe (stoel), zegt ze. Dan kijkt ze omhoog, maakt het gebaar voor lamp en zegt am, am. Ja, de lamp moet nog aan. Na een paar happen maakt ze het gebaar voor water en zegt: waa waa! Ze wijst naar de kraan. Boven de kraan staat haar beker, met varkentje van Dick Bruna. Grrr grrr, doet Pluk, in een poging te knorren. Ze krijgt haar water en drinkt nonchalant met één hand. Uit een gewone beker – voor de tuitbeker is ze allang te groot, vindt ze zelf. Als het op is, vraagt ze: mih (meer). Het gebaar maakt ze niet, want ze geeft haar beker aan. Ze krijgt nog meer water.

Pluk heeft genoeg gedronken en keert haar beker om boven de tafel. Eej eej (o jee, o jee), zegt Pluk en wijst naar het keukenpapier. Of wij het even op willen ruimen. Ze kijkt in haar beker en zegt en gebaart: op! Pluk eet nog een hoop. Af en toe doet ze met haar lepel een vliegtuig na: Innnnnnnnggg! Het is tijd voor een toetje. Pluk maakt het gebaar voor yoghurt of appelmoes. We weten het niet, want de gebaren lijken op elkaar. We vragen wat ze bedoelt. Josj! zegt Pluk. In het andere geval had ze ap gezegd. Koh (kom), zegt ze, want ze wil een kommetje. Ze geeft het kommetje meteen terug, want er moet nog yoghurt in.

Na het eten is het al bedtijd. Pluk wordt uitgekleed en op de wc gezet. Kuk, roept ze. Er moet een krukje onder haar voeten, net als bij haar grote broer. Kraa (klaar), zegt en gebaart ze als ze klaar is. Terug op de commode. Pyjama aan. Kik kik (klik klik), zegt ze als het tijd is om de drukkers dicht te maken. Jip rent intussen wild rond met een kussen en roept: kussengevecht! Pluk is meteen alert en zegt: kuh-guh-ech. Ik poets Pluks vier tanden en neem haar mee naar de slaapkamer. Meh (melk), zegt Pluk. Ze krijgt eerst een fles en valt daarna aan de borst in slaap.

Welterusten, lieve schat, morgen weer zo’n gezellige dag!