Luierloos

Pluk, 15 maanden, heeft afgelopen week aangegeven dat ze zich te groot vindt voor luiers. Ze protesteerde hevig als ze een (schone) luier om kreeg. Als ze de kans zag, rende ze hard weg. Dus gaat ze tegenwoordig de meeste dagen zonder luier door het leven. Prima. Meestal gaat dat goed. Soms niet.

Een paar maanden geleden begon Pluk met een gebaar aan te geven dat ze moest plassen. Inmiddels zegt ze Cee cee! als ze naar de WC moet. Soms wil ze op het potje, soms op de grote WC. Na afloop met veel plezier bukken en afvegen, ongeacht het formaat van de boodschap, net als haar grote broer.

Regelmatig loopt ze zelfstandig naar de badkamer, zonder iets te zeggen. Of wij hebben het niet gehoord, dat kan ook. Als er dan niet snel genoeg iemand komt om haar broek naar beneden te trekken, gaat ze toch op het potje zitten, zegt Pssssj, pssssj en plast. Vervolgens komt ze trots aanlopen met het potje. Of we het even in de WC willen legen.

Soms poept Pluk op de vloer in de kamer. Geen probleem, want we hebben geen vloerbedekking. Als ze dan klaar is, gaat ze ernaast staan, wijst naar haar creatie en zegt O jee, o jee! Wij stellen het zeer op prijs dat ze er niet doorheen loopt of zoiets.

Pluk geniet van haar luierloze bewegingsvrijheid. En wij genieten van Pluk.

Plukpraat

Pluk gebaart niet alleen, Pluk kletst ons de oren van het hoofd! Gezellig, vinden wij. Ter illustratie een beschrijving van deze avond.

Ik kom vlak voor het eten thuis. De kinderen hebben van alles te vertellen. Jip vertelt wat ze gedaan hebben, en Pluk wijst aan: die, die, daa, daa! We dollen nog wat en Jip wordt door zijn vader gekieteld. Pluk komt mee kietelen en zegt: kie kie (kielekiele).

We gaan aan tafel en ik zet Pluk in haar stoel. Koe (stoel), zegt ze. Dan kijkt ze omhoog, maakt het gebaar voor lamp en zegt am, am. Ja, de lamp moet nog aan. Na een paar happen maakt ze het gebaar voor water en zegt: waa waa! Ze wijst naar de kraan. Boven de kraan staat haar beker, met varkentje van Dick Bruna. Grrr grrr, doet Pluk, in een poging te knorren. Ze krijgt haar water en drinkt nonchalant met één hand. Uit een gewone beker – voor de tuitbeker is ze allang te groot, vindt ze zelf. Als het op is, vraagt ze: mih (meer). Het gebaar maakt ze niet, want ze geeft haar beker aan. Ze krijgt nog meer water.

Pluk heeft genoeg gedronken en keert haar beker om boven de tafel. Eej eej (o jee, o jee), zegt Pluk en wijst naar het keukenpapier. Of wij het even op willen ruimen. Ze kijkt in haar beker en zegt en gebaart: op! Pluk eet nog een hoop. Af en toe doet ze met haar lepel een vliegtuig na: Innnnnnnnggg! Het is tijd voor een toetje. Pluk maakt het gebaar voor yoghurt of appelmoes. We weten het niet, want de gebaren lijken op elkaar. We vragen wat ze bedoelt. Josj! zegt Pluk. In het andere geval had ze ap gezegd. Koh (kom), zegt ze, want ze wil een kommetje. Ze geeft het kommetje meteen terug, want er moet nog yoghurt in.

Na het eten is het al bedtijd. Pluk wordt uitgekleed en op de wc gezet. Kuk, roept ze. Er moet een krukje onder haar voeten, net als bij haar grote broer. Kraa (klaar), zegt en gebaart ze als ze klaar is. Terug op de commode. Pyjama aan. Kik kik (klik klik), zegt ze als het tijd is om de drukkers dicht te maken. Jip rent intussen wild rond met een kussen en roept: kussengevecht! Pluk is meteen alert en zegt: kuh-guh-ech. Ik poets Pluks vier tanden en neem haar mee naar de slaapkamer. Meh (melk), zegt Pluk. Ze krijgt eerst een fles en valt daarna aan de borst in slaap.

Welterusten, lieve schat, morgen weer zo’n gezellige dag!

Pluks gebaren update

In mijn vorige stuk over babygebaren ben ik twee dingen vergeten te vermelden. Janneke wees me al op het eerste: dat Pluk praat bij de gebaren. Bij driekwart van de gebaren die ze maakt, zegt ze tegelijkertijd het woord. Zo zegt ze ki voor nog een keer, en josh of jog terwijl ze yoghurt gebaart. Of ka als ze klaar is. Hetzelfde zegt ze voor kaas, maar dat is weer een heel ander gebaar, dus dat is makkelijk voor ons. Ze is, zoals Janneke ook schreef, heel sociaal. Ze communiceert gretig op elke mogelijke manier. Wij vinden het erg mooi om haar zo beter te leren kennen.

Het tweede vergetene heeft te maken met de Baby Zindelijkheids Communicatie die wij toepassen. Pluk gebaart vaak als ze aan het poepen of plassen is. Helaas nog niet van tevoren – daar wordt aan gewerkt ;-) We vinden het heel mooi hoe dat gaat. Een tijd geleden namen wij nog de meeste ‘leiding’ in de BZC, maar langzaamaan neemt Pluk de regie over.

Babygebaren 2.0

Net als destijds met Jip, zijn we nu ook met Pluk heerlijk aan het gebaren. Het begin was weer even lastig; we moesten onszelf eraan herinneren om de gebaren te maken. Maar toen Pluk net 9 maanden was, maakte ze haar eerste gebaar. En dan word je als ouder vanzelf enthousiast. :-) Een tijdje bleef het bij drie gebaren: meer, spelen en klaar. Grappig, want met Jip hebben we een soortgelijke ‘gebarenpauze’ gehad. Een maand geleden begon ze opeens meer gebaren te maken, en nu maakt ze er al bijna 20!

De dag begint meestal met het gebaar voor kaas – haar lievelingsvoer. Dat gebaart ze – niet overdreven – vaak nog voor ze haar bed uit is. Door de dag heen komen de gebaren voor klaar, meer, op, eten en drinken veelvuldig voorbij. Verder vindt ze het erg leuk om met de lamp te spelen, vooral de lamp met de dimmer. Muziek is nog een favoriet. En met een zingende Jip in huis, kan ze dat gebaar ook veel maken. Daarbij doet ze alle gebaren van het liedje Imse vimse spindel / Hansje pansje kevertje vrolijk mee, iedere keer dat Jip het zingt.

Jips eerste gebaar was boeklezen was zijn absoluut favoriete bezigheid. Tot voor kort kon Pluk niet stilzitten en waren boeken niet aan haar besteed. Maar opeens is ook zij verliefd geworden en duwt de ganse dag boeken onder onze neus. Als ze alleen al het woord boek hoort, vouwt ze enthousiast haar handen open en dicht.

Het allermooiste van babygebaren vind ik, net als destijds bij Jip, het geluk op Pluks gezicht als we haar begrepen hebben. Dolblij! Ze heeft ook al weken geen driftbui meer gehad; ik heb het gevoel dat babygebaren daaraan bijdragen.

We hebben vorige week onze lijst-aan-de-muur uitgebreid naar 70 gebaren. Dat lijkt heel veel. Een richtlijn die we hanteren, is dat wij minstens twee keer zoveel gebaren willen gebruiken, dan dat Pluk doet. En dan valt 70 wel mee, zeker nu ze  bijna elke dag een nieuw gebaar leert. Bovendien kennen we de meeste gebaren nog uit de tijd dat we met Jip gebaarden, dus hoeven we niet zo veel te oefenen.

Ik ben heel benieuwd hoe Pluks gebaren zich verder gaan ontwikkelen!

BZC – Hoe gaat het nu?

Sinds ze twee weken oud is, laten we Pluk regelmatig op het potje poepen en plassen. Nou ja, eigenlijk hebben we het potje nauwelijks gebruikt. De eerste paar maanden hielden we haar in zithouding boven de wasbak. Die is wat hoger dan de wc en dan hoef je als ouder niet zo te bukken. Toen ze daar te zwaar voor werd, zetten we haar op het potje, maar dat vond ze maar niks. Sindsdien ‘zit’ ze op de wc. Ik ga dan gewoon met m’n kleren nog aan op de wc zitten, helemaal naar achteren. Pluk zit daarbij tussen mijn benen in, heel veilig en gezellig tegen me aan.

Maar waarom doen we dat eigenlijk? Het zit zo. Het schijnt dat in veel culturen de kinderen vanaf hun geboorte ‘getraind’ worden om zindelijk te worden. In het grootste gedeelte van de westerse wereld, daarentegen, leren we kinderen juist om het in hun luier te doen. Om dat een paar jaar later weer af te leren. In plaats van luiers gebruiken, kun je er dus ook voor kiezen om meteen te ‘trainen’ (wat eigenlijk geen trainen is, maar dat leg ik hieronder uit). Ik vond het een interessant idee en dacht: waarom eigenlijk niet?

Voor ons waren twee dingen erg belangrijk in het BZC (baby zindelijkheidscommunicatie) proces. Ten eerste wilden we ook ‘gewoon’ luiers gebruiken, omdat we geen zin hadden in al te veel ‘ongelukjes.’ Ten tweede wilden we op geen enkele manier druk uitoefenen op Pluk, in de zin van dat ze zou moeten presteren. Dat was geen probleem, omdat het er bij BZC niet om gaat dat je kind op commando haar behoefte doet, maar dat je de signalen van je kind leert herkennen.

Wat wij hebben gedaan, is een ‘milde variant’ op BZC. We gebruiken dus luiers, en als we Pluk verschonen, zetten we haar ook even op de wc. Als ze niet wil, dan niet. Het grootste voordeel, vinden wij, is dat ze langer droog blijft en echt nog nooit problemen heeft gehad met haar huid. De signalen van wanneer Pluk moet plassen, herkennen we niet echt. Poepen daarentegen, is overduidelijk! Als we dat aan zien komen, dan is het een kwestie van Pluk oppakken, naar de wc lopen, luier af en gaan zitten. Nadeel is dat je op dat moment niet even kunt afmaken waar je mee bezig was. Groot voordeel is dat je geen billen hoeft te poetsen.

Toen Pluk een maand of zes, zeven was, wilde ze bijna nooit meer op de wc zitten. Ze ontwikkelde zich snel en wilde vooral weer verder spelen. We hebben dat gerespecteerd, af en toe geprobeerd of ze wilde, en nu vindt ze het weer prima. We hopen dat ze over een tijdje zelf gaat gebaren dat ze naar de wc moet.

Tot slot de resultaten tot nu toe in cijfers. Ik geloof dat het afgelopen half jaar de helft van de plasjes in de wc terecht zijn gekomen. En we hebben gemiddeld zo’n drie poepluiers… per maand.

Dag!

Aan een universiteit werken, betekent dat je met onderwijs te maken krijgt. Lesgeven moet doe ik 20% van m’n werktijd. Ik vind dat leuk: studenten begeleiden, gedachtegangen volgen en bijsturen, verwondering aanschouwen, en niet in de laatste plaats zélf iets nieuws leren. Daar krijg ik meer dan genoeg kansen voor, aangezien ik lesgeef binnen de microbiologie, maar scheikunde gestudeerd heb. (De studenten komen naar me toe met vragen over de meest vreemde organismen, waar ik nog nooit van gehoord heb.)

November is meestal DE lesgeefmaand voor mij. Zo ook dit jaar, met een cursus microbiologie voor masterstudenten. Het is een leuke cursus, waarbij de studenten hun eigen project moeten bedenken om een zelf uitgekozen micro-organisme uit de natuur te isoleren. Intensief om al die verschillende projecten te begeleiden, maar erg leuk. Het enige nadeel is dat de practica ’s middags zijn, vaak uitlopen, en ik dan met een half uur hard doorfietsen thuiskom nét voordat de kinderen naar bed gaan. Ik mis ze!

Pluk lijkt ook te beseffen dat ik veel weg ben. Ze heeft deze week leren zwaaien en ‘dag’ zeggen. Zodra iemand aanstalten maakt om te vertrekken, gaat haar handje de lucht in, ze zwaait (een duidelijk andere beweging dan haar gebaar voor spelen) en zegt ‘da da!‘ Dat vind ik ZO schattig; daar kan ik de hele dag op teren!

Eerste gebaar

Pluk maakte vandaag haar eerste gebaar!

We zaten aan tafel. We vroegen aan Pluk of ze ‘nog meer’ wilde eten. Jip deed heel zorgvuldig mee met het gebaar voor ‘nog meer’. Pluk zat haar broer met grote ogen aan te kijken. Ze vond het machtig interessant. Wil je nog meer? vroegen we dus allemaal. Waarop Pluk antwoordde dat ze wilde ‘spelen.’

Ze was heel blij dat we haar begrepen. En wij ook!

Nog meerSpelen