Binnen de lijntjes

Jip zit aan de knutseltafel. Hij heeft potloden en een kleurplaat voor zich. Hij pakt het ene potlood na het andere op en legt het weer neer. Tegenover hem zit Pluk vol overgave en met wilde bewegingen te kleuren. Jips blaadje blijft leeg. Hij wordt steeds stiller. Ik kan niet netjes kleuren, jij moet het doen! roept Jip en hij loopt weg.

Jip vindt wel vaker van zichzelf dat hij iets niet goed genoeg kan – zelf aankleden, binnen de lijntjes kleuren, loopfietsen… Gelukkig houdt hij van puzzelen en bouwen; daarin lijkt hij redelijk ongeremd. Vorige week las ik toevallig over een onderzoek van Carol Dweck, waarin ze schoolkinderen een makkelijke opdracht geeft, waarna de kinderen geprezen worden voor hun harde werken, dan wel hun intelligentie. De ‘harde werkers’ kozen vervolgens heel veel vaker voor een moeilijkere uitdaging dan de ‘slimme kinderen.’ Nu prijzen we onze kinderen al niet bijzonder vaak voor hun prestaties, maar hier konden we nog wel extra op letten, vonden we. Dus hoorden de kinderen de afgelopen week regelmatig wanneer ze hard gewerkt hadden of hun best hadden gedaan.

Jip lijkt er goed op te reageren. We horen hem vaker dingen zeggen als: Poeh, dat is moeilijk! en: Ik ben wel heel moe geworden. Om vervolgens vrolijk nog een keer te proberen op de glijbaan te klimmen.

De kleurplaat is nog steeds maagdelijk wit. Jip zucht. Hij wil zo graag! Dan zegt de Technicus: Zeg, hoor eens. Jongetjes van drie mógen nog helemaal niet binnen de lijntjes kunnen kleuren. Jij mag alleen maar búiten de lijntjes kleuren. Jip grijnst ondeugend. Ik ga wél binnen de lijntjes kleuren. En hij is los. Met uiterste concentratie kleurt Jip zijn eerste kleurplaat. Potloden worden zorgvuldig uitgezocht. Tong uit de mond. Als hij buiten de lijntjes raakt, gaat hij vervolgens gewoon verder. Jip is trots!

Advertenties

Full house

Toen wij hier bijna zes-en-een-half jaar geleden kwamen wonen, dachten we van z’n lang-zal-ze-leven niet dat we nu, en twee kinderen verder, nog steeds in hetzelfde appartement zouden wonen. Gelukkig maar, dat ik dat niet wist… ;-) We hebben het fijn hier. En we willen hier graag nog een poosje blijven wonen. Maar het is wel vol in ons 2-kamer appartement. Twee slaapkamers? hoor ik u zich afvragen. Nee, één slaapkamer. En een woonkamer. En oké, ook nog een woonkeuken, een ruime hal en badkamer, en een hoop bergruimte. Dat scheelt. Maar toch. Het is een beutje krap.

De Technicus en ik zijn gedreven in het vinden van opbergplekjes. Kinderfietsen, autostoeltjes, fietszitjes hangen in de gang aan de muur. Ski-uitrusting hangt/staat keurig tegen een wandje achter de badkamerdeur. De driedelige zelfgemaakte kinderkapstok met helmen, overalls, jassen en regenbroeken hangt – zonder gaten geboord te hebben – aan de deur van de berging. We kunnen netjes opruimen. We hebben de afgelopen twee jaar echter weinig weggegooid.

Daarom heb ik me onlangs opgegeven voor D’ruitdaging. De hele maand oktober krijg ik elke dag een idee of opdracht in de mail om iets op te ruimen of uit te zoeken. Ik ben heel benieuwd. Ik schat dat ik 100 spullen weg ga doen. Het is een beetje atypisch voor mij om (spontaan) aan een actie mee te doen. Extra leuk en spannend dus! Ik loop al een paar dagen met een kritische blik door het huis en zie van alles dat ik aan wil pakken. Ik ben nog niet begonnen, want wat ik nu weg doe, telt niet voor de punten in oktober. ;-) Ik richt me de rest van september dus nog even op het ordenen van andere zaken, zoals mail en de oogst.

Wordt vervolgd!

Logje van los zand

Er was een congres in Helsinki. Er was een kampeerweekend met twee andere gezinnen. Er was een reisje naar Nederland, waarbij we met mijn hele grote familie aan het strand verbleven. Er is drukte op m’n werk. Het is oogst- en wecktijd. Er komt nóg een congres aan. Ik loop weken achter met het beantwoorden van email en ik heb al vele weken geen blogs meer gelezen. Kortom, er gebeurt een hoop in en rond huize Kungslilja, maar niet online.

Veel van de afgelopen tijd is blogwaardig. Het meeste is leuk en gaaf. Een korte foto-impressie is alles voor nu:

Jip en Pluk in de roeiboot Jip en Pluk zwemmen Jip op de fiets Pluk aan het strand Pluk in het zand

Autonoompje

Die Pluk, dat is me d’r eentje. Zat ze een paar weken geleden nog in de ja-fase, daar was ze kort daarna alweer uit. Nu is bijna alles NEE! Vooral als iemand iets voor haar wil bepalen. Of als het daar ook maar een klein beetje op lijkt. Nee, mevrouw wil zelf beslissen. Een paar voorbeelden.

We zitten aan tafel en ik vraag vriendelijk of Pluk misschien nog meer wil eten. Ze kijkt me boos aan en roept nee! Ik haal m’n schouders op, zeg oké en wil haar bordje aan de kant schuiven. Maar dan roept Pluk: WEL, grist haar bordje weg en kijkt mij zo mogelijk nog bozer aan.

’s Avonds als wij naar bed gaan, laten we de kinderen altijd nog even plassen. Ik zet een slaperige Jip op de wc, laat hem plassen en leg hem terug in bed. Dan is Pluk aan de beurt. Ik zet een slaperige Pluk op de… ze spant haar hele lijf. NEE, potje! Prima, op het potje, dan terug in bed. De volgende twee avonden gaat op dezelfde manier. De vierde avond denk ik slim te zijn en zet Pluk meteen op het pot… NEE, WC! Oké…

De avond daarop dacht ik nóg slimmer te zijn, maar dat bleek nóg dommer. Ik vroeg Pluk of ze op het potje of op de wc wilde. Dat wilde ze geen van beide. Toen ze begreep dat ze in deze kwestie geen keus had, ging ze in volledige verzetsmodus – krijsen, schoppen, spullen wegduwen. En op de grond van de badkamer plassen. Beentjes schoonmaken, nog meer krijsen, en uiteindelijk overgave. Ze heeft in bed nog een half uur lang mijn hand willen vasthouden.

We kunnen er meestal erg om lachen. Autonoom, dat is onze Pluk. Eén ding is zeker: ons leven is interessanter geworden met Pluk erbij.

Ontleden

Jip wilde een boek van Winnie de Pooh lezen. Die hadden ze niet bij onze dorps-bibliotheek. Onderweg naar huis vertelde ik dat ik ‘m online zou bestellen. En dat het boek dan naar onze bieb gestuurd zou worden. Waarop Jip zei: Dan moet je op de computer schrijven. En dan moet je eerst Win schrijven, en dan Poe!

Jip zat rozijnen te eten. Papa, zit daar roo in? Het woord zijn kende hij natuurlijk wel, maar ja, wat betekent ro? Een dag later vertelde hij aan Pluk dat er anna in de ananas zat.

Jip speelt met woorden, en hij ontleedt ze. En wij genieten ervan.