Virgilius

Jip is een echt boekiemonster. Van jongs af aan wordt hij graag voorgelezen. En dat doen wij trouw bijna elke avond. Ik vind het één van de leukste dingen van het ouderschap: in een hoekje dicht bij elkaar gaan zitten en voorlezen.

Toen Jip net 2 was, plukte hij een boek van Paul Biegel uit de kast – Virgilius van Tuil, de omnibus. Dat wilde hij lezen. Prima. Ik las voor en Jip zat aandachtig te luisteren. Een week en 50 bladzijden verder had hij er genoeg van en het boek verdween weer in de kast. Tot een paar weken geleden. Ik ben weer vooraan begonnen. Jip luisterde en vertelde na. Bij bladzijde 51 zei hij: Dit hadden we nog nooit gelezen. Hij kon er geen genoeg van krijgen. Vanavond was het uit. En Jip wil nog meer verhalen over Virgilius.

Dus ik ben nu op zoek naar een boek. “Virgilius van Tuil en de oom uit Zweden”, lijkt me geknipt voor ons. Ik geloof dat het helaas niet meer gedrukt wordt. Hebben jullie misschien een tip waar ik dat boek kan vinden? Verder zag ik “De dwergjes van Tuil”, met losse verhalen, volgens mij. Weet iemand of dat een leuk boek is? Of hebben jullie nog andere tips?

Morgen beginnen we in “Pluk van de Petteflet.”

Grote kleine jongen

M’n grote jongen. Net drie en het formaat van een bijna vijfjarige (maat 116 en 18 kilo zwaar). Volwassen ventje, met het taalgebruik van een kind van zes. Lieve wijsneus, die zo graag speelt met letters, cijfers en elektronica. M’n grote zoon, die oplossingen verzint, apparaten bouwt en met een vergrootglas op de grond ligt om de natuur te bekijken.

M’n kleine jongen, die ’s avonds soms te moe is om zelf te eten. Die dan op schoot wil zitten en gevoerd wil worden. Lieve peuter, die z’n impulsen nog niet onder controle heeft en z’n zusje omver duwt. Of z’n bord met eten op de grond gooit. Onschuldig kind, dat nog geen idee heeft van ‘jongens-en-meisjes-dingen’ en het liefst roze sokken en kettingen draagt. Kleine knuffelkont, die heel dicht bij z’n vader wil slapen.

Lieve Jip, we waren de laatste tijd veel te streng voor je. Sinds je gewoon drie mag zijn, horen we je weer lachen en zingen.

Luierloos

Pluk, 15 maanden, heeft afgelopen week aangegeven dat ze zich te groot vindt voor luiers. Ze protesteerde hevig als ze een (schone) luier om kreeg. Als ze de kans zag, rende ze hard weg. Dus gaat ze tegenwoordig de meeste dagen zonder luier door het leven. Prima. Meestal gaat dat goed. Soms niet.

Een paar maanden geleden begon Pluk met een gebaar aan te geven dat ze moest plassen. Inmiddels zegt ze Cee cee! als ze naar de WC moet. Soms wil ze op het potje, soms op de grote WC. Na afloop met veel plezier bukken en afvegen, ongeacht het formaat van de boodschap, net als haar grote broer.

Regelmatig loopt ze zelfstandig naar de badkamer, zonder iets te zeggen. Of wij hebben het niet gehoord, dat kan ook. Als er dan niet snel genoeg iemand komt om haar broek naar beneden te trekken, gaat ze toch op het potje zitten, zegt Pssssj, pssssj en plast. Vervolgens komt ze trots aanlopen met het potje. Of we het even in de WC willen legen.

Soms poept Pluk op de vloer in de kamer. Geen probleem, want we hebben geen vloerbedekking. Als ze dan klaar is, gaat ze ernaast staan, wijst naar haar creatie en zegt O jee, o jee! Wij stellen het zeer op prijs dat ze er niet doorheen loopt of zoiets.

Pluk geniet van haar luierloze bewegingsvrijheid. En wij genieten van Pluk.

Sneeuw!

Sneeuw. Daar werden we vanmorgen mee wakker. En het was niet slechts een dun laagje natte kledder, maar een ruim 5 centimeter dikke deken. Het vreemdst waren de bomen, die al vol hangen met groene blaadjes, nu bedekt met een laag sneeuw.

Jip was door het dolle heen en stond voor het raam op het bed te springen. Pluk daardoor ook. Weeuw, weeuw! riep ze terwijl ze het gebaar voor sneeuw maakte. Ik was iets minder enthousiast. Het zonnige en warme weer van de afgelopen maand vond ik heerlijk; geen zin meer in gladheid en natte drab. Gelukkig hingen alle winterkleren nog aan de kapstok, en was de Technicus bereid om de kinderen uit te laten. Sneeuwschep mee, en bouwen met die toestand! En toen ik ze zo lekker bezig zag, dacht ik: elke maand een dagje sneeuw zou nog best leuk zijn.