Valpartij

Pluk is een kleine acrobaat. Ze klimt en klautert dat het een lieve lust is. En niet alleen dat;  ze rent, voetbalt en sjouwt met stoelen door het huis. Pluk zit zelden stil. Ze valt gelukkig weinig. Ze is behendig en weet meestal goed wat ze wel en niet kan. Slechts af en toe glijdt ze ergens vanaf of bonkt met haar koppie op de grond. En de helft van de keren dat ze valt, is het niet eens haar eigen schuld, maar die van een zekere grote broer die met rust gelaten wil worden.

Pluk heeft onlangs geleerd dat ze een klein plastic krukje op kan tillen (in plaats van te schuiven), ergens anders neer kan zetten en zodoende hogerop kan komen. Ook lopen Jip en Pluk regelmatig ieder met een grote houten kruk door het huis te schuiven. Achter elkaar aan. Met als gevolg een enorme herrie door zowel de schuivende krukken als hun gelach en gegil.

Afgelopen dinsdag liep Pluk weer eens met een kruk te schuiven. Dit keer besloot ze dat ze de kruk ook op kon tillen, net als het kleine krukje. Terwijl ze schoof. De kruk was echter veel te groot en te zwaar om echt op te tillen. De kruk kantelde en Pluk knalde keihard met haar tanden op de zitting. Bloed en tranen. Twee boventanden door haar onderlip, bloedend tandvlees en losse tanden. (De tandarts heeft ons geïnstrueerd. We hopen dat er geen zenuwen beschadigd zijn.)

Pluk was enorm geschrokken. Ze durfde nauwelijks nog een stap te zetten en klampte zich aan de Technicus vast. De draagdoek (ringsjaal) kwam goed van pas; ze heeft er die dag uren in gezeten, dicht tegen de Technicus aan. ’s Avonds kwam ze mij uitgebreid knuffels geven en ook ’s nachts in bed kroop ze extra dicht tegen me aan.

De volgende ochtend wilde ze na vijf stappen alweer opgetild worden. Dat is echt niets voor onze ondernemende Pluk. De hele woensdag was ze bang om te lopen, en nog banger als haar grote broer in de buurt kwam. Zielig! Ons onbezorgde, door het huis scharrelende meisje liet zich de hele dag niet zien.

Vandaag ging het gelukkig al stukken beter. Ze loopt weer lekker door het huis, maar ze is een stuk voorzichtiger! Ze rent en klimt veel minder en is erg bedachtzaam. Dat vinden wij wel fijn. Pluk mag best een poosje wachten voor ze ons weer zo laat schrikken.

Een naam voor ons kind + Update

Ruim 3 jaar geleden alweer was de eer aan ons om een naam voor ons (toen nog ongeboren) kind uit te kiezen. We wilden een originele naam. Dat wil tegenwoordig bijna iedereen, dus daarin waren we totaal niet origineel. We wilden ook een naam die in het Zweeds, Nederlands én Engels goed is uit te spreken en geen rare betekenis heeft.

Het was makkelijk. We hadden al een jongensnaam nog vóórdat ik zwanger was. En toen we bij de twintigwekenecho te horen zien kregen dat Jip een jongetje was, zijn we zijn echte naam meteen gaan gebruiken. We vonden dat leuk. Juist omdat we zo ver bij familie vandaan woonden, was het voor ons fijn om te merken dat Jip als persoon al ging leven.

Voor Pluk hadden we dezelfde eisen: een originele naam, in bovengenoemde drie talen goed uit te spreken. Tijdens de echo was het niet te zien, maar ik was ervan overtuigd dat we nog een jongetje zouden krijgen. Een jongensnaam hadden we ook. Voor de ‘zekerheid’ wilden we echter ook graag een meisjesnaam bedenken. Niet dat het haast had, want hier in Zweden mag je er drie maanden over doen om de naam van je kind op te geven. Maar wij wilden ons kind graag meteen een naam geven.

Toen we ruim een week voor Pluks geboorte onverwachts nog een echo kregen, wilden we toch ook graag weten welke soort er in mijn buik groeide. Dan wisten we of we op moesten schieten met een meisjesnaam bedenken. En ja, we moesten opschieten. :-)

Dat was lastig. Er was namelijk nóg een eis bijgekomen: niet te zoet. Want ik had al gevoeld dat Pluk een pittige dame was. Er was één naam waar we steeds op terugkwamen, maar die stond in de Top-heel-weinig. Bijna hadden we de knoop doorgehakt – een bijzondere naam met een mooie klank – toen we nog even opzochten wat de oorspronkelijke betekenis was. J.aweh is mijn god. De naam viel af.

We zaten met onze handen in het haar. Toch maar de populaire naam? Ik maakte met behulp van de statistieken een rekensommetje. Toen bleek dat op een gemiddelde basisschool met 8 klassen nog één andere Pluk zou zitten. Ooooo, maar dat valt mee!

Zodoende hadden we een naam voor Pluk. Dat was gisteren precies een jaar geleden. Vier dagen voor haar geboorte. En weet je wat grappig is? We hebben op Pluks naam heel veel enthousiaste reacties gekregen. Het is niet voor niets een populaire naam.

Wij zijn nog steeds heel blij met beide namen.

Update voor de nieuwsgierigen onder ons: Dankzij de tip van Mrs.T heb ik een kleine puzzel gemaakt. Ik heb alle letters van de namen van Jip en Pluk een plek opgeschoven. (Ik zeg niet welke kant op, maar wel allemaal dezelfde kant.) De echte namen van Jip & Pluk zijn… Pxfo & Kvmjb  :-)

Ons bankje

De Technicus en Jip waren naar het vennetje geweest. Een kilometer het bos in. Ons favoriete plekje tijdens elk seizoen. Nu is het sprookjesachtig besneeuwd. Jip en de Technicus hadden in de sneeuw en op het ijs gespeeld. En ze hadden op ‘ons bankje’ gezeten. Ik zag na afloop de foto.

Jip op ons bankje

Ik vond het plotseling heel bijzonder om te zien. Jip op ‘ons bankje’. Hetzelfde bankje als waar onze trouwfoto’s genomen zijn. Jip was toen zo groot als een erwtje. :-)

Ons bankje

Het is als de dag van gisteren dat we daar trouwden, bij het vennetje. En als ik Jip zie, is het tegelijkertijd een eeuwigheid geleden.

Meer tijd op de voorschool

Afgelopen maand stond er in de lokale krant een artikel met het kopje: Meerderheid vóór meer tijd op voorschool. Het artikel begon als volgt: Kinderen van ouders die werkloos zijn of ouderschapsverlof hebben, moeten meer tijd op de voorschool krijgen. Dat vindt een meerderheid van de lokale politieke partijen, die de aanwezigheid willen verhogen van 20 naar 30 uur per week.

Ik zal eerst even uitleggen hoe het zit. Een voorschool is een kinderdagverblijf, gesubsidieerd door de staat, waar kinderen van 1 tot 5 jaar naartoe kunnen. Het aantal uren per week ‘voorschooltijd’ waarop een kind ‘recht’ heeft, hangt af van de activiteiten van de ouders. Fulltime werk of studie van beide ouders, betekent recht op een fulltime (werktijd + reistijd) plek op de voorschool. Als één van de ouders echter werkloos is of ouderschapsverlof heeft voor een jonger kind, dan is het aantal uren logischerwijs lager. Voorheen gold 15 uur per week; in 2011 is dat verhoogd naar 20 uur. Nu willen de meeste politici dit dus opnieuw verhogen, naar 30 uur per week. De belangrijkste reden die de partijen aanvoeren, is dat de voorschool een grotere pedagogische verantwoordelijkheid heeft gekregen met de invoering van de nieuwe schoolwet in 2011.

Dertig uur per week… Voor je tweejarige*… Terwijl je fulltime ouderschapsverlof hebt en thuis bent met je baby! Dat snap ik dus niet. Natuurlijk is het fijn om af en toe je handen even vrij te hebben. Een ochtendje bij opa en oma, of een middag bij een oppas, dat snap ik helemaal. Maar waarom zou je je kind 4 dagen per week 5 uur lang – en straks dus 5 dagen per week 6 uur lang – naar de opvang sturen, terwijl je zelf thuis bent? Wil niet iedereen zoveel mogelijk tijd met z’n kinderen doorbrengen? Ze worden al zo snel groot!

Afijn, hier is dat dus normaal. Mensen slaan stijl achterover als ze horen dat onze oudste niet naar de voorschool gaat. Als ze niet meteen beginnen over zijn ontwikkeling en dat we hem daarin belemmeren door hem thuis (en in het bos, in de speeltuin en bij vrienden op bezoek) te houden, dan gaat het wel over dat ze niet snappen hoe we dat doen en volhouden. Ik geef toe: het is hard werken. Zeker zonder ouders en andere familieleden in de buurt die even bij kunnen springen. Zeker in een maatschappij waar het zeer ongebruikelijk is om op elkaars kinderen te passen (daar heb je toch de voorschool voor?). Maar kom op, als gezonde volwassene kun je prima een baby en een peuter tegelijk verzorgen en vermaken.

Maar waarom brengen de Zweden hun kinderen dan massaal naar de voorschool? Argumenten die ik hier om me heen hoor, voorzien van mijn commentaar:

  • Er zijn geen leeftijdsgenootjes om mee te spelen. Klopt. Die zitten allemaal op de voorschool. Wij ondervinden dit ‘probleem’ ook. Maar peuters hebben niet elke dag leeftijdsgenootjes nodig. Wél elke dag hun ouders. En voor speelafspraken moeten wij gewoon wat meer ons best doen. Gelukkig zijn er nog steeds genoeg kinderen ‘thuis’.
  • Ik wil me helemaal op de baby kunnen richten. Ehm… misschien had je dan nog een aantal jaar moeten wachten met de tweede?
  • Het is zo druk met twee kinderen tegelijk. Ja, klopt. Dus?
  • De kinderen hebben het zo fijn op de voorschool. Hebben ze het thuis dan niet fijn? Oké, ieder kind is anders en er zijn er vast die het heel leuk vinden op de opvang. Ik hoor het argument echter zó vaak, en zie tegelijkertijd zó vaak verdrietige en eenzame kinderen rondlopen op de 5 voorscholen hier in de straat, dat ik vermoed dat het vooral de ouders zijn die het fijn vinden.
  • Mijn kind heeft stimulans nodig die ik hem niet zelf kan bieden. Ik word altijd verdrietig als ik dit hoor. Veel Zweedse ouders hebben heel weinig zelfvertrouwen. Begrijpelijk als er van alle kanten geroepen wordt dat de voorschool de beste plek is voor je kind. Maar kom op, even googelen en je hebt genoeg ideeën voor een maand aan activiteiten.

Ik kan me erg boos maken om de reden die wordt aangevoerd. Dat de voorschool zo goed zou zijn voor kinderen, vanwege de pedagogische aspecten. Ik geloof dat jonge kinderen geen pedagogiek nodig hebben. Ze hebben hun liefhebbende ouders nodig. Politici blijven roepen dat de voorschool zo goed is voor het levenslange leren van kinderen, maar niemand kan met een wetenschappelijk bewijs komen. Voor mij is dit het zoveelste teken dat ouders in Zweden incompetent worden geacht, en dat men kinderen ziet als het eigendom van de staat. Pfff, ik begrijp het niet en zal het ook niet gaan begrijpen.

* Als voorbeeld neem ik een leeftijdsverschil van 2 jaar tussen de kinderen. Dat komt namelijk het vaakst voor, omdat het financiële voordelen kan hebben. (Een regeling van de staat.)

En toen was het licht

Vrijdag begon het te sneeuwen. Langzaam maar zeker werd hier alles eerst met een poederlaagje, en toen met een behoorlijk pak sneeuw bedekt. En dan komen er ook weer seeuwveegfienes! (sneeuwveegmachines) zei Jip enthousiast. Ja, er kwamen enorme machines voorbij. Die hier en daar enorme bergen sneeuw neerlegden. Waar Jip enorm lekker in heeft zitten spelen. Hier maakt hij een glijbaan:

Jip in de sneeuw

En wat ík het leukste vind aan de sneeuw? Het licht! Gistermiddag om half 4 verbaasde ik me erover dat het nog helemaal niet donker was – een wereld van verschil met daarvoor! (Ter informatie: In een ‘gemiddeld jaar’ ligt hier vanaf 1 december sneeuw. Dan is november een donkere maand, maar daarna valt het wel mee.) Ik vind het heerlijk: 10 graden onder nul, redelijk zonnig, en alle zonnestralen worden door sneeuwkristallen weerkaatst. Binnenkort zullen hier de nodige sneeuwfoto’s te zien zijn! :-)

Volgens Rapley

Dankzij Rapley hebben wij, zelfs met een baby aan tafel, genoeg tijd om zelf rustig te eten. De baby (in dit geval een uit de kluiten gewassen Pluk die in mijn ogen helemaal geen baby meer is, maar officieel nog wel) eet namelijk ook zelf. Hoe dat eruit ziet? Nou, zo:

Rapley methode

De Technicus en ik discussiëren elke avond na de maaltijd wie de eer mag waarnemen om de etensresten uit alle gaatjes en plooitjes te peuteren. Jij bent aan de beurt, ik heb het gisteren al gedaan. En vervolgens: Maar gisteren aten we pannenkoeken, dat telt niet. Vanavond was de Technicus aan de beurt, en kondigde aan dat hij zijn hogedrukspuit ging halen.

Toen heb ik geheel vrijwillig de taak op me genomen. ;-)