Huisvlijt

Dit logje stond al heel lang in m’n drafts, omdat ik de foto’s er nog bij moest zoeken.

Toen de Technicus net afgestudeerd was en ik nog ouderschapsverlof had, hadden we tijd over. Tijd die we besteed hebben aan oogsten en de oogst verwerken. We hadden een hoop courgette en pompoen van eigen tuin. Daarnaast zijn we door de buurt gaan fietsen, op zoek naar volle appelbomen. Van voorgaande jaren wisten we dat mensen meestal enthousiast reageren als je vraagt of je wat appels mag hebben. Dan worden de appels tenminste gebruikt, antwoordt men dan.

Huisvlijt 1

We hebben tassen en fietskarren vol mee naar huis mogen nemen. Er was één boom die zó verschrikkelijk vol hing met de heerlijkste appels die je je maar voor kunt stellen, en waar die mensen totaal niet in geïnteresseerd waren, dat we niet konden stoppen met plukken. In totaal hebben we – hou je vast – ruim 150 kilo appels mee naar huis genomen. Gratis en onbespoten. We hebben zowaar alles verwerkt.

Van bijna 77 kilo appels hebben we 64 liter appelmoes gemaakt en geweckt. Veel? Vorig jaar hadden we 64 potten, waarvan we er nog 7 over hadden. Ja, het is een hoop werk. Maar die tijd krijg je terug als je razendsnel een overheerlijke geweckte maaltijd op tafel kunt toveren.

Huisvlijt 2

Van 12 kilo appels (80 stuks) hebben we 10 liter appelchips gemaakt. Nog meer appelchips volgden in de loop van oktober. Totaal: ongeveer 70 kg appels tot 60 liter appelchips gedroogd. Ik geloof dat er nu, eind december al ruim 20 liter op zijn. Daar komen we het jaar niet mee door… 

Huisvlijt 3

En tussendoor hebben we natuurlijk een hoop appels zó op gesmikkeld.

Van afgeprijsde tomaten uit de supermarkt, en courgettes van eigen tuin hebben we 6 liter tomatensoep en 6 liter courgettesoep geweckt. Eén pot tomatensoep was mislukt tijdens het wecken en moesten we daarom meteen opeten. Vervelend. ;-)

Huisvlijt 4

Van nog meer afgeprijsde tomaten hebben we 6 halve liters tomatensaus geweckt. Goedkoper en lekkerder dan gekochte tomatensaus

Huisvlijt 5

Daarnaast heb ik de vriezer weer eens volgestopt met ‘snackbrood.’ Snackbrood is geweldig. Het is een brood met pitten, rozijnen en abrikozen, dat zowel de kinderen als wij eten alsof het snoep is. Het is makkelijk te maken (niet kneden!) en ook na invriezen nog heerlijk. Ik maak meestal 4 stuks tegelijk.

Het recept voor 1 snackbrood:

  • 275 g speltmeel
  • 1 dl havervlokken
  • 125 g rozijnen
  • 125 g abrikozen in stukjes
  • 1 dl zonnebloempitten
  • 1 dl pompoenpitten
  • 2 tl bakpoeder
  • 1 tl zout
  • 4 dl yoghurt

Roer alles met een lepel door elkaar tot een  plakkerig deeg. Kieper het beslag in een ingevette cakevorm. Doe eventueel pitten bovenop, met een lepel erin gedrukt. Bak 1 uur op 175 graden. Smullen!

Ten slotte heb ik 2 nieuwe T-shirts voor Jip gemaakt. De ene, met politie-auto’s en andere voertuigen, is niet eens op de foto gekomen voordat ‘ie aan ging.

Huisvlijt 7

Huisvlijt 6

Advertenties

Klimaapje

Die Pluk. Dat is me er eentje. Die stelt de zenuwen van haar moeder danig op de proef. Of zijn we gewoon niks gewend met Jip? Jip, die pas begon te lopen toen hij zeker wist dat hij niet meer zou vallen. Die pas op speeltoestellen begon te klimmen, toen wij hem uitvoerig hadden aangemoedigd. En Jip, die dan nog 5 minuten bovenaan een glijbaan zat te twijfelen of het wel veilig was. Zijn wij dáárom niks gewend?

Pluk is een klimaapje. Als er iemand op de badkamer is, en de deur dus open staat, komt ze razendsnel aangekropen (want dat gaat nog steeds iets sneller dan lopen). Ze gaat regelrecht naar de wc-pot, schuift het krukje – dat Jip gebruikt om op de wc te zitten – tegen de wc-pot aan, klimt op het krukje, dan op het deksel van de wc, en trekt door. Jahaa, dat is leuk! Dat vindt zij tenminste. Totdat ik haar eraf haal, omdat ik klaar ben op de badkamer en niet wil dat zij daar alleen speelt. Dan is het krijsen geblazen.

Pluk klimt op meer dan alleen de wc-pot. Laatst, toen ik heel even niet keek, stond ze opeens bovenop de zitting van een tripp-trapp stoel. Zij vond het fantastisch; mij kostte het weer een jaar van m’n leven. Niet dat ze eraf valt, hoor. Neuh, ze lijkt volledige controle te hebben. Maar ik ben gewoon een watje geworden toen ik moeder werd.

Klimaapje 1

Pluk wil alles zien en nadoen wat Jip doet. Jip zit vaak aan een grote tafel te knutselen, zodat Pluk er niet bij kan. Zodat Pluk er niet bij KON, moet ik zeggen. Want ze pakt een kruk, stoel, of wat dan ook in de buurt is, en gaat bij haar grote broer staan koekeloeren. Begrijpelijk.

Klimaapje 2

Goed, als het nou bleef bij stilstaande meubels beklimmen, dan had ik daar wel aan kunnen wennen. Maar nee, mevrouw zoekt graag enige spanning op. Ze gaat in het loopkarretje staan en rukt uit alle macht aan het handvat, zodat het karretje flink beweegt. Totdat Jip met haar gaat rondrijden. Dan begint ze te gillen, want dat is eng. Snap jij het nog?

Een ander bewegend object waar op geklommen moet worden, is Dinges. De trouwe lezer weet het misschien nog: Dinges heeft vier hele soepele zwenkwieltjes. Dat ding blijft op een langharig tapijt nog niet stilstaan! Daar staat mevrouw doodleuk bovenop, trots te lachen naar mama. Nou, ik lach niet!

Klimaapje 3

Stiekem ben ik natuurlijk heel trots op m’n moedige meisje dat – ondanks haar bijna 12 kilo – beweegt alsof het niks is. :-)

Zalige kerst

We hadden geen plannen. We hadden geen verwachtingen. Kerstdagen met kleine kinderen zijn net als alle andere dagen, zei mijn schoonmoeder. Precies, zo is het. Bovendien hechten we zelf niet zo aan de kerstdagen en hebben we geen familie in de buurt. Wij wilden alleen rust, gezellig samen zijn en genieten van de kleine momenten. En wat zijn we verwend! Hier volgt een verre van complete lijst met verwennerij.

Het begon met Pluk, die voor het eerst in ruim een week weer eens langer doorsliep, in plaats van elk uur wakker te worden. Van 11 tot 4 aan één stuk! Dat deed mij goed. :-)

Ik kon deze dagen een paar uurtjes achter de naaimachine, voor het eerst in lange tijd. Geen mooie nieuwe creaties, maar gewoon een paar achterstallige verstelklusjes. Lekker prutsen. Jip hield me gezelschap; zijn interesse voor machines is groot.

Pluk begint sinds een dag of twee niet meer meteen te gillen als ik twee meter bij haar wegloop. Wat een vrijheid!

Jip wilde, na een succesvolle fietstocht op eerste kerstdag, de dag erna wéér gaan mountainbiken. Hij reed weer over de meest hobbelige bospaadjes, onder luid commentaar zoals grote stap, joehoe! beetje naar links, beetje naar rechts, nog een keer proberen en o jee, ik zit vast! Het fietsonderhoud na afloop bleek een groot deel van de charme. Na de eerdere sessie door het water heen, vond hij dat zijn fiets onder de douche afgespoeld moest worden, net als papa’s mountainbike. Vandaag liet hij bij thuiskomst zijn achterband leeglopen, haalde een fietspomp en probeerde de band weer op te pompen. Vervolgens vroeg Jip om een inbussleutel en ging als een volleerd fietsenmaker aan de slag. Toen hij daarna ook nog aan een ander wiel mocht sleutelen, kon zijn dag niet meer stuk.

Inbussleutel

Wiel

Pluk ging ons aan tafel weer eens ‘natspetteren’ met haar waterfles. Dat doet ze wel vaker; heeft ze van Jip geleerd. Ze pakte de fles op een speciale manier vast en begon heel ondeugend te giechelen. De schat!

De kinderen hebben heerlijk samen zitten spelen. Met de duplo (duplo RULES!) en met de wonderdoos – een doos met lampjes, toeters en bellen, enkele decennia geleden door de vader van de Technicus in elkaar gezet.

Wonderdoos

Ik ging op eerste kerstdag ’s ochtends een stuk wandelen en kwam thuis met twee slapende kinderen in de fietskar. Ze sliepen nog 3 kwartier door, wat ons een zalig moment van rust in huis gaf.

Jip zei dat hij een kussengevecht wilde houden. Zijn aandacht werd echter door iets anders in beslag genomen. Ondertussen ging Pluk op ‘missie’ letterlijk door de duplobak heen en zo stond ze twee minuten later gillend van plezier met een kussen in haar handen. Klaar voor de strijd!

Zo waren er nog vééél meer mooie momenten deze dagen.

En wat we gegeten hebben? Niets bijzonders. Ik wil nog wel eens ambities hebben in de keuken, maar de Technicus had me op het hart gedrukt vooral niets extra’s te willen doen. Want we eten elke dag al heerlijk! De schat.

De omvalfiets die geen omvalfiets meer is

Jip heeft een loopfiets. Al een hele tijd. Daar is hij heel blij mee, maar er is één probleem. Het is een omvalfiets. En daarom wil hij er niet op. Hij heeft er wel een oplossing voor bedacht. Een tijd geleden heeft hij een keer ergens op een driewieler gereden. Dus: papa moet nog een wiel voor mijn loopfiets maken. Die aan de achterkant kan. Zodat die niet meer omvalt. Maar daar begon papa natuurlijk niet aan.

Dus wij praatten als Brugman. Dat het weliswaar een omvalfiets is, maar dat hij niet meer omvalt als Jip erop zit. ;-) Het leek niets uit te maken. Jip vond het maar niks, zo’n omvalfiets.

Tot vanmiddag. Toen wilde Jip opeens buiten gaan fietsen. Waarschijnlijk geïnspireerd door de Technicus, die het mountainbiken weer heeft opgepakt. Prima. Ik ging met Jip naar buiten, de Technicus en slapende Pluk bleven binnen. Ik had er een hard hoofd in, maar liet dat niet merken. Ik zette Jip zijn helm op, deed de liftdeur open en zei: Fiets de lift maar in. En dat deed hij! Vervolgens reed hij kletsend naar buiten. Hij wilde naar de put, en dan door het water fietsen. Yeah, sure, dacht ik. Maar liet dat natuurlijk ook niet merken.

Jip kletste verder. (Met speen in zijn mond wegens de focus op de middellijn en dus balans.) Hij kletste over zijn fiets, die geen omvalfiets meer is. Jip had het opeens helemaal door: er zitten geen trappers op mijn loopfiets. Dat is fijn. Want dan kan ik alleen op mijn zadel zitten en met mijn voeten op de grond. Het heeft dus toch geholpen, dat praten van ons.

Omvalfiets 1

We kwamen bij de put. En Jip reed het water in. EN JIP REED HET WATER IN! (Niks engs, hoor mensen, hij kan er niet in verdrinken. Ik had het gewoon niet verwacht van m’n voorzichtige ventje.)

Omvalfiets 2

Even later wilde hij naar de buis, iets verderop. Ik stond al klaar om een stukje om te lopen, over een paadje. Maar Jip reed gewoon door het bos. Over dikke boomwortels, door de modder heen. Hij had er zin in!

Omvalfiets 3

Vanaf de buis wilde hij weer terug naar de put. Dit keer door het water. En dat was DIEP.

Omvalfiets 4

Jip kan niet loopfietsen. Jip kan mountainbiken! Net als z’n vader. En z’n ouders zijn apetrots.

Informatie: Jips loopfiets is een Islabike. Er waren voor ons drie belangrijke redenen om zo’n sjieke loopfiets te kopen. 1) De handrem is geschikt voor kleine kinderhanden. 2) De fiets is lichtgewicht – niet onbelangrijk, aangezien je er als ouder de helft van de tijd mee loopt te sjouwen. 3) De fiets heeft een hele hoge tweedehandswaarde, dus kost uiteindelijk niet eens zo veel.

Kersttradities

Zweden, een paar dagen vóór kerst 2008. Het was eerste jaar dat we hier woonden. Ik klets met een collega over hun plannen voor kerst.

Collega: En dan kijken we om 3 uur ’s middags met de hele familie Kalle Anka (Donald Duck).
Ik: Wat toevallig, collega J. zei ook al dat ze Kalle Anka zouden gaan kijken.
Collega (lachend): Iederéén kijkt Kalle Anka met kerst.
Ik (lachend): Ja, tuurlijk! En dan eten jullie zeker ook allemaal precies hetzelfde!
Collega (bloedserieus): Ja, jullie Nederlanders niet dan?
Ik: You’re kidding! Nee, echt? Wat is jullie kerstmaaltijd dan?
En de collega gaf een gedetailleerde omschrijving van de Zweedse kerstmaaltijd. Die dus ELKE Zweed op kerstavond nuttigt.

We zijn vijf jaar verder en ik heb een hoop geleerd over de Zweden en hun tradities. De Zweden zijn een extreem homogeen volk. Afwijken van de norm wordt niet op prijs gesteld, en wordt door velen gevoeld als een openlijke aanval op hun tradities en de Zweedse identiteit. De tradities rond kerst zijn nog sterker dan bijvoorbeeld die met Midsommar (midzomer).

Ik krijg nog regelmatig de vraag wat ‘wij Nederlanders’ met kerst eten. Ik moet er elke keer weer om lachen. Nou, wat wij eten weten we nog niet, maar het is waarschijnlijk niet hetzelfde als alle andere Nederlanders!

Egentid

Vanmorgen nam ik beide kinderen mee naar de Ikea en Bauhaus voor wat kleine boodschappen. De Technicus had op die manier een ochtend ‘egentid’ (eigen tijd). In de bus stonden twee moeders die ik ken, met ieder twee kinderen in de leeftijd van Jip en Pluk. We hadden het over… kinderen (natuurlijk). Over welke fases we het leukste dan wel lastigste vonden. Moeder A. was duidelijk een babymoeder. Moeder L. en ik vonden het na de babytijd juist leuker worden.

Ik: Het moeilijkste vind ik nog wel ‘egentid.’
Moeder L.: Egentid, wat is dat?
Ik: Wat je op je werk hebt! 

Maar ja, moeder L. is leerkracht, dus zelfs daar heeft zij geen eigen tijd. Het was fijn om eens van anderen te horen dat zij óók geen tijd voor zichzelf hebben in de drukte van kleine kinderen. De andere twee hadden wel familie – dus oppas – in de buurt wonen, waar ze dankbaar gebruik van maakten. Toen Jip nog enig kind was, hebben wij nooit de behoefte gevoeld om even alleen te zijn. Toen waren zijn middag- en avondslaap nog meer dan genoeg. Maar nu snakken we ernaar!

Ach, in Zweden wonen heeft voor- en nadelen.

Kortste dag

Het is kwart over drie. Buiten is het donker. Ik heb de luxaflex dicht gedaan. Onze vier daglichtlampen – één in elke hoek van de kamer – zijn aan. We hebben ze nodig. December is dit jaar een stuk grauwer dan de voorgaande jaren dat we hier woonden. Er ligt nog geen sneeuw. Ja, we hebben wel sneeuw gehad, maar dat verdween na een paar dagen. Sneeuw maakt alles zó veel lichter. Het kleine beetje licht dat er rond deze tijd dan is, wordt weerkaatst en krijg je in drievoud terug.

Ik realiseer me dat de kortste dag is geweest. Dat is fijn. Hopelijk komen er nog een paar maanden sneeuw. En dus automatisch speelplezier.