Themaweek: muziek en geluid

Alweer twee maanden geleden hadden we voor Jip een heuse themaweek: een week waarin we extra aandacht hebben besteed aan muziek en verschillende geluiden. Ik had twee activiteiten voorbereid, die hieronder beschreven staan. Daarnaast hebben we op geluiden gelet, zoals de wind door de bomen, zingende vogels, vliegtuigen en sirenes, en al het andere dat we hoorden. We hebben ook wat vaker gezongen. Het was helemaal niet moeilijk om te organiseren, en vooral hartstikke leuk!

Geluiden herkennenGeluiden herkennen

Benodigdheden:

  • Een heleboel speeltjes, rammelaars, fluitjes, muziekinstrumenten en andere dingen die geluid maken. Maak het zo moeilijk mogelijk door veel dingen te nemen die op elkaar lijken.
  • Verder niets.

Simpeler kan haast niet: spreidt alle voorwerpen uit op de tafel of grond. Laat je kind zich omdraaien en maak een geluid met een van de voorwerpen. Het kind mag vervolgens raden welk voorwerp het was.

Noten lezen met jonge kinderen

Benodigdheden:

  • Een piano, keyboard of xylofoon
  • 8 verschillende kleurpotloden
  • Stickers in 8 verschillende kleuren, of gewoon wit
  • Pen en papier

Plak gekleurde stickers op de toetsen van de piano. (Als je alleen witte stickers hebt, kun je die zelf kleuren.)Teken notenbalken op papier en ‘kleur’ een liedje dat je kind kent, op basis van de stickers op de toetsen. Laat je peuter/kleuter het liedje spelen.

Voor gevorderden: Laat je kind zelf noten kleuren en het gecomponeerde stuk naspelen. Of andersom, je kind een liedje laten bedenken en vervolgens op papier proberen te krijgen.

Noten lezenJip werd direct enthousiast van alle gekleurde stickertjes op de piano. Het liedje speelde hij binnen de kortste keren zelf. De volgende stap, zelf noten tekenen, wilde hij (nog) niet.

Eerste gebaar

Pluk maakte vandaag haar eerste gebaar!

We zaten aan tafel. We vroegen aan Pluk of ze ‘nog meer’ wilde eten. Jip deed heel zorgvuldig mee met het gebaar voor ‘nog meer’. Pluk zat haar broer met grote ogen aan te kijken. Ze vond het machtig interessant. Wil je nog meer? vroegen we dus allemaal. Waarop Pluk antwoordde dat ze wilde ‘spelen.’

Ze was heel blij dat we haar begrepen. En wij ook!

Nog meerSpelen

Groot

Negen maanden is ze alweer, onze kleine meid. Ze maakte me vandaag even goed duidelijk hoe groot dat is, toen ze voor het eerst een ritje achter het loopkarretje maakte. En nog één. En nog een paar. Schaterend van het lachen, zoals bij de meeste nieuwe dingen.

Letterlijk groot is ze ook. Een week of zes geleden woog ze al ruim 11 kilo. Ze heeft kleding maten 86 en 92 aan. Dat is eigenlijk voor twee keer zo oude kinderen. Ze gaat haar broer achterna. Ze haalt hem het liefst vandaag nog in, geloof ik. Met alles.

Maar dat gaat niet zomaar. Hij is namelijk ook groot. Maatje 116, om een idee te geven. (Dat is ook voor kinderen die twee keer zo oud zijn.) En hij stelt vragen. De hele dag door. Wat is dat voor ding? Hoe heet dat? Weet jij waar zus is? Waarom doe je zo? Wat staat daar? Heel schattig. En heel stoer.

En omdat ze zo leuk zijn, nog een paar foto’s van vorige maand.Pluk is groot

Jip is groot

Efficiënt?

Op een dag, toen ik na 9 maanden ouderschapsverlof weer ging werken, merkte ik meteen dat er iets veranderd was in de onderzoekswereld. (De oplettende lezer beseft wellicht dat ik zojuist Kikker in de kou van Max Velthuijs heb voorgelezen.) Wat was er aan de hand? Pauzes werden niet meer gevuld met hetzelfde geouwehoer. De gesprekken in de koffiehoek voelden anders aan dan voorheen. Het duurde een paar dagen, maar plotseling wist ik wat de oorzaak was.

Smartphones.

Hoezo dan? In de tijd dat ik op een roze wolk verkeerde, is het aantal smartphones onder mijn collega’s verveelvoudigd. En nu gaan de gesprekken ongeveer zo: ‘Had je nog dit of dat bestelnummer gecheckt?‘ ‘O ja, ik zal het meteen even doen.‘ Blik op smartphone gericht. ‘Ik krijg nu trouwens een mail binnen over zus of zo.‘ En zo gaan de lunchconversaties over werk.

Mensen, mensen. Ik houd best van een beetje efficiëntie, maar is dit echt wat we willen? Waar zijn die heerlijke nerderige discussies gebleven?

Klein bioloogje

Zondagmiddag. Ik ga met Jip een stuk wandelen in ‘ons’ bos. Zo’n 50 meter het bos in ziet Jip de eerste mierenhoop, een grote interesse van hem. Kijk mama, een oude mierenhoop! Daar gaat Jip een gat in prikken. En gangetjes maken, zodat de mieren naar buiten kunnen komen. (Hij port met een stok in de verlaten hoop.) Ik hoop dat er geen mieren meer in zitten, zegt hij wijs.

Bioloogje 1 Bioloogje 2

Jip begint de mierenhoop te ontleden. Aan de buitenkant zitten voornamelijk dennennaalden, binnenin meer modder en takjes. Hij vertelt het me in detail. Ik zit op een boomstronk naast hem. Te kijken en te genieten. Mijn lieve, kleine bioloogje. (Hij heeft het niet van een vreemde: z’n ene opa is een chemicus, de andere was bioloog, en z’n moeder is biochemicus.)

Na een kwartier lopen we verder. Paddestoelen! Nog een interesse van Jip. Kijk mama, een mooie ronde paddenstoel! En daar, allemaal mini-paddenstoeltjes! Jip rent bijna van enthousiasme. Zouden we ook een mooie rooie paddenstoel tegenkomen? vraagt hij. Hij heeft geluk. Helemaal aan het eind van onze wandeling – over glibberige bruggetjes en langs twee omgeknakte bomen, een wandeling waarop ik hem veel op mijn schouders draag, omdat hij eigenlijk wel verder wil maar ook moe is – komen we eindelijk die mooie rooie paddenstoel tegen. Rood met witte stippen.

Slaapgebrek

Net als haar grote broer, lijkt ook Pluk haar demonen ’s nachts te verwerken. Drie nachten lang werd ze bijna elk half uur schreeuwend wakker. Alhoewel, IK werd wakker, maar Pluk leek nog te slapen. De enige die haar kon kalmeren, was ik. De derde nacht was ik ZO moe, dat ik me boos voelde worden. Tegelijkertijd wist ik dat Pluk er ook niets aan kon doen.

Het weekend verliep weer iets beter en ik werd slechts drie keer per nacht wakker gemaakt. Ik voel weer dat ik leef. Zodra er iets mis gaat, komt de boosheid terug. Ik ben er nog niet, maar ik kom er wel. Tja, zo kan het leven met kleine kinderen zijn.

Natuuronderwijs

Stel je voor. Je bent tweeënhalf en loopt met je vader buiten, op weg naar een speelplek. In een stukje bos, nog geen honderd meter van je huis, zien jullie twee eekhoorntjes. Ze zitten elkaar achterna en rennen om de stam van een boom heen omhoog. Met een paar versgeplukte herfstbladeren in je hand ga je op je rug liggen om alles eens goed te bekijken. Dan gaat er een eekhoorntje recht boven je zitten. Het knabbelt aan een dennenappel en de stukjes vallen precies op jou. Je bent heel stil en kijkt. En kijkt. Even later kun je de afgekloven dennenappels mee naar huis nemen.
Stel je voor. Je bent tweeënhalf en krijgt natuuronderwijs in Zweden.

Natuuronderwijs