Twee minuten met Jip

Jip en Pluk zitten in de wandelwagen. We lopen naar Jips favoriete speeltuin, een paar honderd meter verderop. Onderweg is er natuurlijk een hoop te zien. Jip vertelt. Twee maanden geleden verstonden we hem heel vaak niet, waardoor Jip gefrustreerd raakte en vaak niets meer wilde zeggen. Nu verstaan we hem wel:

Jip wil naar de peeltuin met de gele ronde gijbaan, mama. Die peeltuin is daar, mama, achter dat bos, mama. Daar staan a’maal bomen. Daar daar en daar. En dat zijn wokke, mama, met tukjes bauwe lucht ‘tussen. Kijk mama, dat huisje lijkt op een lokief, mama. Met sonner wagonnes ‘aan. Wij gaan met een bauw geel lokief, mama. Dat is geen toomlokief, maar een ee’ecties’ lokief. Die heeft geen voorteen (schoorsteen). Kijk mama, dat is een gijbaan, mama. Die doet het niet echt goed, mama. Die gaat te langzaam. Die gijbaan moet aan die huisje vast ‘maakt worr’, mama. Ja, dat moet eig’k. Kijk mama, dat zijn dokkerrode vogelbesjes, mama. Die moet’ we laten hangen. Daar worr’ de vogels heel bij van. Kijk mama, daar komt een bauwe ‘neer vobbij lopen. Dat is niet papa. Papa is thuis. Papa moet eig’k ook mee, mama. Naar de gele ronde gijbaan, met een buin dak, mama. Daar gaat Jip de roze stuit’bal vanaf laat’ rollen. En de oranje stuit’bal ook, mama.

Ik had het kunnen weten toen ik met de Technicus trouwde: dan krijg je kinderen die de oren van je hoofd kletsen. ;-)

Advertenties

Verbod op thuisonderwijs?

Toen ik een aantal jaar geleden voor het eerst iets over thuisonderwijs hoorde, vond ik het maar vreemd. Ieder kind hoort toch naar school te gaan? dacht ik. Thuisonderwijs is vast vooral iets voor extreem gelovigen en sektes. En dan had ik nog wat vooroordelen over sociale ontwikkeling.

Ik weet niet meer precies waarom ik geïnteresseerd raakte. Maar ik werd het. Ik leerde (online) thuisonderwijsgezinnen kennen. Ik verdiepte me in hun motivaties. Ik las wetenschappelijk onderzoek over thuisonderwijs. En ik werd enthousiast. Erg enthousiast.

Ik vind niet dat iedereen massaal thuisonderwijs moet gaan geven. Ik vind alleen dat de keuzemogelijkheid er moet zijn. Sommige ouders kiezen voor Daltononderwijs, anderen voor Montessori en een hele kleine groep kiest voor thuisonderwijs. En nee, dat is niet schadelijk voor de kinderen. Integendeel. Wetenschappers die onderzoek doen naar thuisonderwijs zijn niet meer bezig met de vraag OF thuisonderwijs werkt, maar waarom het zo GOED werkt. Zowel op sociaal/emotioneel als intellectueel gebied.

Groot was mijn verbazing toen ik las dat staatssecretaris Dekker thuisonderwijs wil verbieden. Op zich snap ik zijn redenen om ‘tegen’ thuisonderwijs te zijn; hij heeft namelijk dezelfde vooroordelen als ik vroeger had, blijkt uit zijn brief aan de Tweede Kamer. Nu mag iedereen een dergelijke ongefundeerde mening hebben, maar NIET de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap! Schandalig, vind ik het! Hij negeert gewoon al het wetenschappelijk onderzoek.

Eenieder die zijn vooroordelen even aan de kant zet en zich oprecht verdiept in thuisonderwijs, kán het niet eens zijn met een totaalverbod op thuisonderwijs. Daarom zeg ik:

Teken de petitie!

Laat de mogelijkheid bestaan, voor de kleine groep mensen die dat willen, om thuisonderwijs te geven!

 

Voor wie nog weinig bekend is met thuisonderwijs, staan hier twee interessante artikelen:
http://kiind.nl/articles/519/Haaldewereldbinnenmetthuisonderwijs.html
http://www.pedagogiek.nu/101226

Afgestudeerd

De Technicus heeft zijn studie afgerond! Hij heeft vorige week zijn laatste opdracht ingeleverd. Eigenlijk wilde ik wachten met schrijven tot zijn opdracht nagekeken zou zijn, maar dat lijkt een poos te gaan duren. Daarom nu het verhaal over de Technicus en zijn Zweedse studie.

De Technicus en school waren vroeger niet voor elkaar gemaakt, om het voorzichtig uit te drukken. Dus toen wij elkaar 7 jaar geleden leerden kennen, vertelde de Technicus mij dat hij niet van studeren hield. Ik snapte daar helemaal niets van; dan heb je gewoon nog niet het juiste onderwerp gevonden om te studeren, dacht ik. Maar goed, maakt niet uit. De Technicus had een prima lopend eigen bedrijf als klusjesman. Niet iets dat hij tot z’n pensioen zou willen doen, maar dat was van later zorg.

Ruim 5 jaar geleden verhuisden wij naar Zweden. Ik voor een promotiebaan (ik houd erg van studeren) en de Technicus zou zijn eigen bedrijf gewoon in Zweden opbouwen. Alleen… dan moet je wel de taal leren spreken. Dus begon hij een intensieve cursus Zweeds Voor Immigranten (Svenska För Invandrare) – vier ochtenden per week in de schoolbanken. Stijf van de zenuwen ging hij voor het eerst in heel veel jaren ‘terug naar school.’

Afgezien van de zenuwen, ging het leren hem de eerste maanden goed af. Maar na een tijdje moest er thuis gestudeerd worden: opdrachten maken, woordjes stampen, teksten lezen. De Technicus bleek GEEN studietechnieken te bezitten. Dat was voor mij weer heel leerzaam. Ik analyseerde mijn eigen studietechnieken en probeerde die over te brengen. We deden zelfs samen testen om te achterhalen op welke manier hij het beste leerde. En met succes. Hij haalde de ene toets na de andere, en met steeds minder weerstand.

Ergens begin 2009 vertrouwde de Technicus me toe dat hij het Zweeds leren soms eigenlijk wel een heel klein beetje leuk begon te vinden. Ik zei: ‘mocht jij ooit nog een studie willen gaan doen, dan zal ik je daarin steunen.’

HELP! NEE! Ben je gek!? Dat gaat dus echt niet gebeuren!

Gelukkig had hij dat mis. Een half jaar later zei de Technicus heel voorzichtig dat hij geïnteresseerd was. Hij had alleen geen flauw idee wat hij dan zou moeten studeren. Daar gingen we eens rustig over nadenken. Ondertussen zochten we uit wat hij voor papieren nodig had om aan een Zweedse hogeschool of universiteit te mogen studeren. Dat bleek onder andere een diploma ‘Zweeds als tweede taal’ (Svenska som Andra Språk).

Om een lang verhaal iets minder lang te maken… De Technicus koos voor een opleiding op basis van zijn grootste hobby: computers en websites. Hij koos een opleiding aan een hogeschool, niet universiteit, omdat dat waarschijnlijk de grootste kans op een baan betekent. Hij haalde zijn diploma Zweeds (de laatste twee niveaus deed hij zelfs tegelijkertijd, alsof het niets was) en toen mocht hij in september 2010 aan een heuse studie beginnen!

De Technicus studeerde ‘op afstand’ (på distans) aan de Hogeschool van Gotland, een eiland hier een paar honderd kilometer vandaan. Het op afstand studeren is in Zweden behoorlijk gangbaar, waarschijnlijk vanwege de grote afstanden en het socialistische idee dat iedereen moet kunnen studeren. Erg handig voor ons. De Technicus had geen reistijd en kon veel van de kinderen, die tijdens zijn studiejaren zijn geboren, meemaken.

Wat ik heel erg knap vind, is dat hij al zijn vakken gehaald heeft terwijl er hier in de woonkamer eerst één en toen twee kinderen om hem heen speelden! We hebben namelijk een 2-kamer appartement en geen ruimte voor een aparte studeerkamer. Vroeger vond men dat de Technicus geen concentratievermogen had, maar dat blijkt pertinent niet het geval. :-)

Nu heeft hij dus zijn laatste opdracht ingeleverd. Als alles goedgekeurd wordt, krijgt hij binnenkort zijn diploma Server-side web programming. En omdat de Hogeschool van Gotland onlangs gefuseerd is met de Universiteit van Uppsala, staat er straks UU op zijn diploma. Klinkt toch stoer. Ik ben natuurlijk vreselijk trots!

Is er werk? is de volgende vraag. We geloven van wel. Maar daar heeft de Technicus zich nog niet mee bezig gehouden. Hij neemt eerst een half jaar ouderschapsverlof.

Geluiden

Jip is gevoelig voor geluiden. Ook voor drukte en stress, maar vooral voor geluid. Dat was hij als baby al. Hij kon niet slapen als er ergens vreemde stemmen klonken. Hij schrok zich helemaal wezenloos van een klittenbandje dat losgetrokken werd. En hij huilde als we Engels spraken, waaruit we opmaakten dat hij het Zweeds wél begreep.

Jip raakt nog steeds makkelijk gestrest van geluid. Op de Open Voorschool wil hij liever naar huis als het wat drukker is. Een bromvlieg in de kamer houdt hem van zijn spel. Als we gaan stofzuigen, wil hij gehoorbescherming op. Als Pluk huilt, doet Jip zijn handen over zijn oren en zijn ogen dicht. Als ik op een voor hem verkeerd moment begin te zingen, roept hij ‘Nee mama, niet doen mama!

Maar hij is ook geïnteresseerd. Hij vertelt ons regelmatig enthousiast dat de koelkast of de vriezer of de broodbakmachine geluid maken. (Hoewel hij er soms een plakbandje overheen wil plakken om het apparaat niet meer te horen.) Bij een onbekend geluid houdt hij zijn hoofd scheef en zie je hem nadenken: dát moet geanalyseerd worden. Sinds kort is hij helemaal dol op piano spelen. Zorgvuldig speelt hij met één vinger toonladders – toets voor toets, niet te hard. Pluk mag niet meespelen, want die ramt te hard. Mama ook niet, want die doet meerdere tonen tegelijk.

Sinds november vorig jaar gaat Jip elke week naar muziekles, samen met de Technicus. Jip blijft dan de hele les dicht bij z’n vader. Met grote open ogen houdt hij alles zo veel mogelijk in de gaten. Soms met z’n handen over zijn oren. Maar hij vindt het wel degelijk leuk!

Deze week was de eerste muziekles na de zomerstop. Jip keek er erg naar uit. De les bestaat altijd uit verschillende onderdelen, waarbij gezongen, gespeeld, gevoeld, geluisterd en gedanst wordt. Halverwege ging de muziek vrij hard aan. Jip bleef gewoon op schoot zitten, schijnbaar onberoerd. Maar toen de Technicus goed keek, zag hij dat Jips mooie ogen vol tranen stonden. Arme jongen. Hij wíl zo graag, maar hij kán het (nog) niet! Ze zijn even naar buiten gegaan. Even later wilde Jip de deur op een kier om beter te kunnen luisteren. Nog een minuut later wilde hij weer naar binnen.

Hij wordt groot. Hij is flink. Ik ben trots.

Vrije opvoeding

Dank voor al jullie inspirerende reacties op mijn logje over grenzen! Jullie hebben me weer aan het denken gezet en dat vind ik leuk. :-) Ik ga jullie nog beantwoorden; hopelijk heb ik daar dit weekend tijd voor. Bij Jannekes reactie over de antiautoritaire opvoeding, moest ik denken aan een verhaal dat ik een paar jaar geleden hoorde – van de mevrouw uit het verhaal. Dat wil ik alvast vertellen.

Een mevrouw stond in de supermarkt in de rij voor de kassa. Achter haar stond een moeder met haar zoontje van een jaar of zes. Het ventje stond met het winkelwagentje opzettelijk tegen de enkels van de vrouw te stoten. De vrouw draaide zich om en vroeg aan de moeder of ze wilde zorgen dat haar zoontje daarmee ophield.
Nee,’ zei de moeder, ‘ik geef mijn kind een vrije opvoeding en ik vind dat dit moet kunnen.
Achter de moeder stond een jongeman van een jaar of 20. Hij pakte een pak yoghurt uit het karretje van de moeder, maakte het open, en… goot het leeg over haar hoofd.
Ik heb ook een vrije opvoeding gehad en ik vind dat dit moet kunnen,’ sprak de jongen kalm.

Kleine hapjes

Jip had vanavond een flink bord eten op. Daarna kreeg hij een enorme kom zelfgemaakte appelmoes. De appelmoes ging steeds langzamer naar binnen.

Heb jij een volle buik? vroeg de Technicus.
Jip: Jip moet kleine hapjes nemen. Grote happen past niet meer.

:-)

Grenzen

Deze blogpost is de eerste in een serie over opvoeding en ouderschap – iets waar iedereen wel een mening over heeft dus. Spelregel is: je mag lezen wat ik vind en je mag precies het tegenovergestelde vinden. :-)

“Kinderen hebben duidelijke grenzen nodig,” is een veelgehoorde uitspraak. Voordat ik kinderen kreeg zou ik bevestigend gereageerd hebben. Maar ik ben het er niet meer mee eens.* Althans, niet op de manier waarop deze uitspraak meestal bedoeld wordt. In plaats daarvan beweer ik twee dingen:

  1. Kinderen hebben volwassenen nodig die duidelijk hun eigen grenzen aan kunnen geven.
  2. Kinderen hebben de ruimte nodig om hun eigen grenzen te verkennen en te bepalen.

In een plaatje ziet dat er zo uit: Niet de volwassene die de grenzen voor het kind bepaalt, maar die zijn of haar eigen grenzen aangeeft.

Grenzen

Gevolgen

Het grenzen stellen op deze manier bekijken heeft een aantal positieve gevolgen. Ten eerste is het goed voor de persoonlijke relatie. Door je eigen grenzen aan te geven, het beste door middel van persoonlijk taalgebruik (ik wil / ik wil niet, ik vind het leuk als / ik vind dat niet leuk), leert de ander jóu kennen. Je maakt contact. De grens die je op die manier aangeeft, is een persoonlijke grens en heeft een betekenis voor jullie relatie. Dit in tegenstelling tot uitspraken als ‘dat mag niet‘ of ‘hou daar eens mee op.’

Ten tweede laat je het kind in zijn waarde door niet zíjn grenzen te bepalen (je hebt nog niet genoeg gegeten), maar alleen je eigen grenzen aan te geven. Je tast de integriteit van het kind niet aan, en dat is volgens mij essentieel voor het gevoel van eigenwaarde.

En ten derde – en dat vinden wij beiden heerlijk – hoef je het als ouders niet volledig met elkaar eens te zijn! Iedereen heeft zijn eigen persoonlijke grenzen. Een kind leert juist dat mensen verschillend zijn als vader en moeder niet precies dezelfde grenzen hanteren. Bovendien zijn persoonlijke grenzen van dag tot dag verschillend, afhankelijk van je humeur, vermoeidheid of wat dan ook – de ene dag vind je het gezellig als de kinderen op de piano spelen, de dag daarna vind je het te veel herrie. Niets aan de hand; daar kunnen de meeste kinderen prima mee omgaan.

In de praktijk

Bovenstaande stellingen proberen wij als richtlijnen te gebruiken. Het is zeker geen methode of handleiding. Elke situatie is uniek. Het blijft constant analyseren, aanvoelen, improviseren en ter plekke een “oplossing” bedenken. Een voorbeeld…

Jip wil nog wel eens Pluk op haar hoofd meppen. Als hij moe is, of boos, of gewoon om te kijken wat er gebeurt. In plaats van boos te worden of te zeggen ‘hou op, dat mag niet,’ probeer ik als volgt te reageren. (En dat lukt heus niet altijd.)

(Jip petst Pluk.)
Ik: Jip, ik vind het niet leuk dat je Pluk slaat, want dat kan pijn doen. Ik wil dat je daarmee stopt. (Pauze) Kun je me zeggen wat jij wilt?
Jip: Mama moet met Jip komen spelen. (Okee, hij voelde dus dat hij te weinig aandacht kreeg.)
Ik: Ik wil ook graag met jou spelen én ik wil nog even een was in de machine stoppen. Heb je zin om te komen helpen?

Je zou kunnen zeggen dat ik in bovenstaand voorbeeld niet mijn eigen grens, maar die van Pluk aangeef. Maar dat doet er niet echt toe. Stel dat Jip boos is en mij slaat, zou ik ongeveer hetzelfde kunnen zeggen: ‘Ik vind het niet leuk dat je me slaat en ik wil dat je daarmee ophoudt. Maar ik wil graag weten waarom je boos bent.‘ Niet dat ik verwacht dat een kind van bijna 2,5 dat kan verwoorden, maar ik kan hem wel laten weten dat ik geïnteresseerd ben.

Het tweede punt, kinderen hun eigen grenzen laten ontdekken, vind ik wat lastiger om te omschrijven. Dat probeer ik vooral door even te wachten voor ik iets zeg, even kijken wat hij zelf doet. Bijvoorbeeld als Jip zelf zijn jas aan wil doen, terwijl ik weet dat hij de rits nog niet dicht krijgt. Wie ben ik om meteen te zeggen: ‘ik help je wel even.‘ Als hij het zelf probeert en het lukt niet, is hij tegen zijn eigen grens aangelopen. Dan kan hij hulp vragen. Hij kan ook gefrustreerd raken. Dat geeft niet, dat hoort erbij. Moeilijker voor mij wordt het als Jip bijvoorbeeld op een grote steen wil klimmen waar hij vanaf kan vallen. Dan moet ik op mijn tong bijten, snel kijken of het niet écht gevaarlijk is, en hem laten gaan. Hij is er weleens vanaf gevallen. Dan doet mijn moederhart zeer, maar hij bepaalt zijn éigen grens als hij de volgende keer een kleinere steen uitzoekt.

Wat is het toch simpel als je het opschrijft. Zo is het in het dagelijks leven niet, hoor, hoewel ik regelmatig versteld sta van de effectiviteit van persoonlijk taalgebruik! Ik vind het zelf in ieder geval erg prettig om richtlijnen te hebben waar we achter staan, waar we ons goed bij voelen. Met die in het achterhoofd, en enige oefening, gaat er een hoop vanzelf!

* geïnspireerd door de ideeën van Jesper Juul