Brand!

Jip was net wakker en zat een boek te lezen, toen we sirenes hoorden. ‘Piep piep,’ gebaarde Jip, en keek ons vragend aan. De Technicus keek uit het raam en zag een brandweerauto aankomen. Snel pakte hij Jip op en liep naar het balkon. (Jip is dol op het boek “Snuffie en de brand,” van Dick Bruna, en juist vanmorgen had hij een houten puzzel met brandweerauto’s en -mannen zitten maken.) De brandweer stopte zowat onder ons balkon! ‘Ik ruik niks, dan zal het allemaal wel meevallen,’ zei ik. Jip vond het natuurlijk prachtig. ‘Auto,’ gebaarde hij de hele tijd. Het gebaar voor brand leerde hij er snel bij.

Er kwamen nog meer brandweerauto’s en ze sloegen af, onze doodlopende straat in. ‘Kom, we gaan voor buiten kijken.’ De Technicus liep met Jip op zijn arm naar buiten, terwijl ik m’n schoenen aan deed. Ik was de voordeur nog niet uit, of de Technicus riep in het trappenhuis: ‘onze berging staat in de fik!’ SHIT, dat is dichterbij dan leuk is! Ik schrok, maar realiseerde me ook meteen dat wij veilig waren en dat het veel erger had kunnen zijn. Ik nam Jip op mijn arm. Hij was erg onder de indruk van alle herrie en enorme wagens en hij klampte zich aan mij vast. Ik probeerde hem uit te leggen wat er gebeurde, dat het hetzelfde was als in “Snuffie en de brand.” We gingen op een afstandje staan kijken en hij begon enthousiast te gebaren.

Ondertussen probeerde de Technicus een idee te krijgen van de situatie. De brand was in het garage-gedeelte van het gebouw. Onze berging was daar pal naast, maar er zat een gipswand tussen. Wel stond ons hok vol rook en hij kon niet inschatten wat de rookschade zou zijn. Later bleek het ontzettend mee te vallen. Er stonken wat spullen naar rook, maar niet eens heel erg.

We waren onder de indruk van hoe snel brandweer, politie, medici en verzekerings-vertegenwoordiger ter plaatse waren, hoe soepel er werd samengewerkt, en hoe snel de brand geblust was. Niet alleen Jip vond de brandweerauto’s mooi, wij ook. Allerlei nieuwe technische snufjes en nog helemaal glimmend. Ze waren net een week oud, kwamen we te weten.

Wel 30 keer heeft Jip verteld over de brandweerauto’s die piepjes maakten. Dat ze met water gingen spuiten en dat toen het vuur weg was. Daarna zijn we zandtaartjes gaan bakken.

Paddestoelenlasagne

De Technicus en ik hebben een paar jaar geleden geleerd welke heerlijke soorten paddestoelen er in ‘ons’ bos te plukken staan. Toen ik vervolgens in de krant een recept voor paddestoelenlasagne tegenkwam, wilde ik dat graag uitproberen. Sindsdien smullen we er regelmatig van, vaak samen met gasten. Het is niet moeilijk te bereiden, maar kost wat tijd. Ik maak vaak een dubbele portie, dus voor 8 personen. Perfect om in te vriezen of de volgende dag op te warmen.

Voor 4 personen:

  • ca. 12 lasagnebladen
  • 500 g gemengde paddestoelen (neem 3-4 verschillende soorten, naar eigen smaak)
  • 1 ui
  • 2 tenen knoflook
  • 400 g bevroren bladspinazie
  • ca. 3 el boter
  • 3 el bloem
  • 4 dl melk
  • 500 g tomatenblokjes
  • 3 el tomatenpuree
  • 1 el gedroogde oregano
  • 1 el gedroogde tijm
  • 1 tl suiker
  • 200 g feta (gebruik mozzarella als je niet van feta houdt)
  • 150 g geraspte kaas
  • zwarte peper en zout
  • olie om te bakken

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Fijngesneden ui en 1 teen knoflook kort bakken in de olie. Paddestoelen toevoegen en bakken. Spinazie ontdooien en water eruit duwen. Zet het vuur uit en voeg spinazie en feta toe aan de paddestoelenmix.

Maak een bechamelsaus: verhit de boter in een pan en voeg de bloem toe. Roer vervolgens de melk er doorheen en laat zachtjes koken tot de saus dik is geworden.

Mix de tomatenblokjes, tomatenpuree, 1 teen knoflook, tijm, oregano en suiker (evt. met staafmixer). Op smaak brengen met peper en zout.

Bedek de bodem van een ingevette ovenschaal met bechamelsaus en tomatensaus. Leg er een laag lasagnebladen op en daarna een laag van de paddestoelenmix. Vervolgens weer bechamelsaus etc. tot de ingrediënten op zijn. Eindig met de geraspte kaas.

25-30 minuten in de oven en smullen maar!

Babygebaren

Toen ik zwanger was van Jip, las ik in een krant een enthousiast stuk over babygebaren. Na nog wat googlen en lezen, was ik overtuigd: dit gaan wij proberen. Het is verreweg het beste dat we tot nu toe in onze korte carrière als ouders gedaan hebben.

De Amerikaanse doventolk Joseph Garcia zag in de jaren ’80 dat kinderen van dove ouders eerder konden communiceren dan kinderen van horende ouders. Naar aanleiding daarvan is hij onderzoek gaan doen en ontdekte dat kinderen vanaf 8 maanden in staat zijn om door middel van gebaren hun behoeften aan te geven.

Wij zijn met gebarentaal begonnen toen Jip 6 maanden oud was, zelfstandig kon zitten, en wij dus vaker onze handen vrij hadden. Een heleboel waardevolle tips haalden we uit het boek Babygebaren van Lissa Zeviar. We begonnen met 12 gebaren die we regelmatig konden gebruiken, zoals eten, drinken, speen, bal, boek, meer. Het was niet moeilijk om de gebaren te leren, want de meeste gebaren zijn erg voor de hand liggend. Het lastigste was om onszelf er steeds aan te herinneren om de gebaren te gebruiken. Verder is het gebruik van babygebaren heel simpel. Je praat gewoon en gebruikt tegelijkertijd het gebaar dat je kent. Bijvoorbeeld: “Kom, we gaan eten.” Of: “Wil je je speen?” En: “Zullen we met de bal spelen?” We merkten al snel dat Jip de gebaren begreep. Heel af en toe maakten we bijvoorbeeld alleen het gebaar voor speen zonder er iets bij te zeggen. Hij reageerde dan heel enthousiast.

Het duurde een tijd voordat Jip zijn eerste gebaar terug maakte. Achteraf weten we dat hij al eerder gebaarde, maar dat wij ze niet herkenden. Jip was 10 maanden oud, lag op de commode en kreeg een schone luier, toen hij opeens boek gebaarde. Hij keek naar zijn handjes, maakte heel netjes het gebaar en keek toen vragend naar mij. Ik kon mijn ogen niet geloven! Ik was even stil van verbazing, en zei toen enthousiast: “Ja, zullen we een boek gaan lezen?” Ik nam Jip mee naar de woonkamer. Daar maakte hij nog een keer het gebaar voor boek en wees vervolgens naar de boekenkast. Zielsgelukkig was hij toen we inderdaad gingen lezen.

Een week of twee later maakte Jip zijn tweede gebaar: meer. Hij gebruikte dat voor van alles – eten, drinken, in bad gaan, spelletjes die hij leuk vond. Het duurde een paar weken voordat Jip nog meer gebaren ging maken. En toen ging het hard. Hij maakte meer en meer gebaren, wij introduceerden er steeds meer en Jip leerde er gretig nieuwe gebaren bij. En hij werd dolgelukkig van elk gebaar dat wij van hem begrepen. Wij konden een kijkje nemen in zijn hoofd. Bromvliegen waren vogels, de rookmelder aan het plafond was een lamp, en de rookmelder aan de muur een klok.

Inmiddels is Jip 15 maanden en gebruikt 50 gebaren. Hij kan zeggen dat hij wil eten of drinken, dat hij een boterham met kaas wil, water of melk. Hij kan zeggen dat hij wil schommelen, in de zandbak spelen, naar buiten wil. Hij kan zeggen dat hij een vliegtuig hoort, of een hond, of een vogel. Hij zegt zelfs als hij wil slapen! Jip reageert met gebaren op dingen die wij tegen elkaar zeggen en waarvan we niet wisten dat hij ze al begrijpt. En hij combineert gebaren tot zinnen. Laatst zei hij: “Daar tussen de bloemen ligt een hond te slapen.

De meest voorkomende – logische, maar onterechte – zorg van ouders is dat kinderen door gebarentaal later gaan praten, omdat er minder behoefte is om met woorden te communiceren. Integendeel. Onderzoek wijst uit dat kinderen die gebaren aangeboden hebben gekregen, juist eerder zinnen maken en een grotere woordenschat hebben dan hun niet-gebarende leeftijdsgenoten. Dat komt omdat kinderen door babygebaren al veel eerder actief bezig zijn met taal, betekenissen en zinnen maken. Als ze drie zijn, hebben gebarende kinderen zelfs dezelfde taalvaardigheden als een gemiddelde vierjarige.

Wij gebruiken babygebaren niet voor de betere taalontwikkeling – hoewel dat mooi meegenomen is – maar vooral voor het geluk dat Jip eruit haalt en voor het gemak en de rust in ons dagelijks leven. We hebben letterlijk nog nooit een driftbui meegemaakt. Jengelen en ontevreden geluiden zijn zeldzaam, omdat Jip gewoon met zijn handen duidelijk kan maken wat hij wil.

We hopen dat meer mensen geïnspireerd raken en babygebaren gaan gebruiken. Het is heel bijzonder!