Perfectionistisch, perfectionistischer, perfectionistischst

Vroeger op school keek ik alles vijf keer na, omdat ik niet wilde dat er fouten in mijn werk zaten. Activiteiten waarvan ik dacht dat ik ze niet goed kon, ontweek ik. Ik probeerde in groepen te werken die nét beneden mijn niveau waren, om maar niet als mislukking gezien te worden. Als ik onbedoeld iemand had gekwetst, dan geloofde ik niet dat die persoon mij ooit nog aan zou willen kijken.

Tegenwoordig weet ik dat heel veel mensen – vooral vrouwen? – hiermee worstelen, en dat maakt het meteen een stuk makkelijker. Ik kan om mezelf lachen. Maar ik wil er ook vanaf, want het leven is te kort om me te laten beperken door dit soort onbenulligheden. Wat voor mij goed werkt, is lezen over dit onderwerp, onder andere de boeken van Brené Brown en Susan Jeffers (zie referenties onderaan). Daarnaast schrijf ik elke ochtend een half uurtje in een dagboek, waardoor ik me eerder bewust ben van de verwachtingen die ik van mezelf heb. Ik voel me nu vaker goed genoeg en geniet meer van het leven.

Het gaat steeds beter. Totdat…

Totdat ik het gevoel heb dat het vreselijk goed gaat. Zo goed, dat ik bijna van m’n perfectionisme af ben. Dat ik ga geloven dat ik nu eindelijk perfect kan zijn, zonder dat perfectionisme. En donder ik weer in de perfectionisme-val. Dan sla ik mezelf voor m’n kop: je bent gewoon een mens, sufferd!

Referenties:
Brené Brown – The gifts of imperfection
Susan Jeffers – Feel the fear and do it anyways

Band

Jip begon te wennen op de kleuterschool, waarbij vader of moeder aanwezig is, en de ander voor Pluk zorgt. De Technicus lag vervolgens een paar dagen plat met griep en we hebben geen oppas in de buurt. Dat betekende dat ik me in bochten wrong voor kinderzorg, werk in de avonduren, en een weekend vol activiteiten met en voor de kinderen. Ik ben de laatste dagen ontzettend dankbaar voor een gezond lijf met een paar stevige benen eronder en een optimistisch hoofd er bovenop.

Te midden van alle drukte gebeurde er iets moois. Door alle extra tijd die ik met Jip doorbracht, kwamen we dichter bij elkaar. Met Pluk bracht ik natuurlijk ook meer tijd door, maar dat verschil merkte ik niet zo sterk. Pluk mist mij als ik veel werk, maar de band is binnen drie minuten weer aangetrokken. Jip heeft daar meer tijd voor nodig. Na drie dagen intensief in elkaars gezelschap geweest te zijn, begint hij me weer spontaan te omhelzen. Wat heb ik dat gemist!

Teder

Onze Pluk is een teder meisje.

Ze noemt de Technicus mijn lieve papa.
Ze kruipt ‘s ochtends bij mij onder de deken en streelt me over m’n arm.
Ze zegt heel vaak: Ik wil jou nuffelen. Als ze ergens verdrietig over is, of ze is boos geweest, dan komt ze even op schoot knuffelen, waarna ze weer verder kan.
Ik hoor haar regelmatig zeggen: ik vind jou zo lief.
Ze groet iedereen in het gezin een paar keer per dag: Hej Jip! En kijkt hem met haar liefste glimlach aan.

Pluk laat ons op een mooie manier genieten van de kleine dingen.

Talen

Komende dinsdag gaat Jip beginnen op een Zweedse kleuterschool. Hij heeft er zin in en wilde ter voorbereiding Zweeds leren. Een paar weken geleden gaven we hem het computerprogramma Rosetta Stone, zeiden veel plezier ermee en Jip ging aan de slag. Hij vond het prachtig en vroeg regelmatig of hij nog een keer dat spelletje mocht spelen, om Zweeds te leren.

Het is mooi om te zien hoe Jip leert en zijn best doet. Hij leert Zweeds op de computer en Engels door een paar kinderprogramma’s. Hij vraagt regelmatig welke taal een bepaald woord is, en wat dan de vertaling is in een andere taal. Terwijl hij andere talen leert, doet hij nóg iets harder zijn best om het Nederlands goed uit te spreken. Hij herhaalt bewust woorden om te oefenen en om het beter te onthouden, mama! Wat ik erg grappig vind, is dat hij zijn eigen taal maakt: Nederlands met andere, Zweeds-klinkende klinkers.

Pluk doet natuurlijk ook mee: Four twee ett tre åtta nio ten!

Gewicht

Bijna 35 jaar lang heb ik alles kunnen eten wat ik wilde, en zoveel als ik wilde, zonder een gram aan te komen. Alhoewel, als baby was ik wel behoorlijk dik, omdat mijn vader altijd te veel pap voor me maakte, maar daarna kon ik echt enórme (als puber nam ik 14 bruine boterhammen mee naar school) hoeveelheden naar binnen werken, zonder iets aan m’n figuur te merken. Nu dus niet meer.

Zou het komen doordat ik minder koolhydraten, maar meer vet ben gaan eten? Een groot voordeel daarvan is overigens de afwezigheid van een constant hongergevoel. Of zou het komen doordat ik geen gluten meer eet en daardoor voedingsstoffen veel beter opneem? Of zou het gewoon komen door mijn hoge (grapje) leeftijd? Ik denk het laatste. Een beetje opletten dus, want ik vind het niet, ik herhaal: NIET leuk als mensen vragen of ik zwanger ben, als ik dat niet ben. Zo.