Bosbessen

In en rond ons huis groeit een en ander eetbaars. Tuinkers en taugé in bakjes in huis. Pluksla aan de rand van het balkon. Aardbeien, frambozen, 3 soorten courgette en 5 soorten pompoen op de tuin. Aalbessen, frambozen en wilde aardbeien overal om ons heen. En bosbessen, in ‘ons’ bos natuurlijk. Jip en Pluk plukken die graag. Zodra we langs bosbessenstruiken komen – en dat is vaak, want het bos is ermee bezaaid – roept Jip dat hij bosbessen ziet. De kinderen hurken dan tussen de struikjes en beginnen te snoepen; hun vingers en mond algauw helemaal paars. Heerlijk!

Nu, tegen het eind van het bosbessenseizoen, zijn de bessen wat lastiger te vinden. De kinderen moesten vandaag echt zoeken. Jip had daar natuurlijk een oplossing voor bedacht:

Jip: Zullen we bij ons thuis bosbessen laten groeien?
Ik: Ja, dat zou wel leuk zijn, maar bosbessen hebben een bos nodig om te groeien.
Jip: Dan moeten we huisbessen laten groeien!

Vier dagen Helsinki

Net terug uit Helsinki. Niet voor een vakantie, maar voor een congres. Zonder kinderen – dat voelde toch een beetje als vakantie – en blij dat ik weer thuis was, want wat heb ik ze gemist! Een korte impressie:

  • Een gevangenis als hotel. Drie cellen bij elkaar vormden de kamer van mijn collega en mij. Ze hadden de oude gevangenis op een leuke manier chique gemaakt.
  • Reizen en de eerste avond uit eten met een collega en onze professor. Gezellig!
  • 25 presentaties over RNA. Hoe vaak ik dat woord gehoord heb…
  • De eerste keer zelf een presentatie geven op een congres. Ik vond het zelfs leuk om m’n werk te presenteren en er vragen over te krijgen van andere nerds. ;-)
  • De laatste avond eten in een restaurant met uitzicht over de Baltische Zee. Zo’n chique diner heb ik zelden gehad: 4 gangen met bij elke gang een bijpassende wijn.
  • En het grootste compliment dat ik kreeg: You are the queen of comfortable clothes. Ik voelde me niet eens underdressed. :-D

Hallo dagis! Dag dagis!

Vorige week maandag begon Jip op de dagis (dagverblijf), oftewel voorschool. Ik ging met hem mee. De eerste ochtend een uurtje wennen, de rest van de week steeds iets langer. Hier in Zweden is het de gewoonte dat één van de ouders er in het begin bij blijft, en na verloop van tijd steeds langer wegblijft. Het inscholen zou wel een week of twee duren, en waarschijnlijk langer.

De voorschool die wij hadden uitgekozen is een kleine voorschool, met kinderen van 1 tot 6 jaar bij elkaar. De sfeer is familiaal. Voor de zomer kregen wij een brief waarin werd verteld welke kinderen er ingeschoold zouden worden. De groep kwam rond die tijd een keer langs ons huis lopen, en de leidsters wezen ons huis aan en vertelden de kinderen: daar woont Jip en die komt na de zomer bij ons. We hadden er een goed gevoel bij.

Jip vond het vreselijk spannend. Al die nieuwe kinderen en leidsters, die ook nog eens een andere taal spraken. (Jip verstaat wel wat Zweeds, maar heeft nog nooit meer dan een enkel woord gesproken.) Jip kreeg de tijd en ruimte om op zijn eigen tempo te wennen. Ik sprak wat met de leidsters en vertelde over onze intenties: we hebben geen bepaalde tijden ‘nodig’, want de Technicus is toch thuis met Pluk, en Jip zou wat ons betreft slechts een paar uurtjes per week komen.

Toen wilde de locatieleidster met mij spreken. Ze was heel duidelijk en vond dat we moesten kiezen: óf we gaan ervoor, óf niet. Als we Jip op de voorschool wilden hebben, dan moest hij ook 20 uur per week, maar het liefst nog langer, komen. Anders zou hij buiten de groep vallen. De andere kinderen komen namelijk allemaal bijna fulltime – nu de 30-uurs-regel is ingevoerd.

We hebben er even over nagedacht. En toen heel duidelijk nee besloten. Dus, nog geen week na de eerste ochtend op de voorschool, hebben we alweer afscheid genomen. Wij zijn erg blij met onze beslissing en Jip is opgelucht. Het personeel vond het verstandig. Jip wordt niet gelukkig van veel tijd in een groep. Dat hebben ze goed gezien.

Nu zijn we Jip weer aan het uitscholen – hij moet bijkomen van alle indrukken en wordt langzaam weer zijn oude zelf.

Nee-ja-nee

Pluk zit, net als Jip destijds, in de ja-fase. Ze vindt bijna alles leuk om te doen, lekker om te eten, en interessant om te ontdekken: ja Ja JA! Vanavond was een uitzondering. We zaten aan tafel en Pluk wilde niks meer.

T: Pluk, wil je nog wat saus?
Pluk: Nee.
T: Wil je wat yoghurt?
Pluk: Nee.
Ik: Wil je je handen schoonmaken en van tafel af?
Pluk: Nee!
T: Ga je overal nee op zeggen?
Pluk: Hehehe, ja! Neeneeneeneenee.

Big baby

Een paar dagen geleden boekte ik een vliegticket bij de K.LM. Ik ga met Pluk een lang weekend naar familie in Nederland. Leuk! Volgens de vliegmaatschappij is Pluk nog een baby en mag ze bij mij op schoot.

Baby. Nou. Ehm. Nee. Niet echt. Echt niet.

Vandaag was de Technicus met de kinderen op het consultatiebureau. Pluk moest gecontroleerd worden. Of ze al een beetje was begonnen te praten. (Ja, we hebben complete conversaties, heerlijk!) En of ze blokken kon stapelen. (Het kind speelt met Lego en Geomag, en rijgt kralenkettingen.) Nog een paar testjes en alles was meer dan ruim in orde. We waren het erover eens: het is heerlijk als je kinderen zich zo moeiteloos ontwikkelen.

Dan mag u nu haar kleren en luier uit doen.’ ‘Ze draagt geen luiers, maar onderbroeken.’ ‘Huh?’ De vrouw van het bureau was een leuke, en snapte het meteen toen de Technicus vertelde over BZC. Toen werd Pluk gemeten: 90 centimeter. Ze paste net wel/niet op het meetplankje. Dat had de vrouw van het consultatiebureau nog nooit meegemaakt. (Anderhalf jaar en 90 centimeter betekent dat ongeveer 2 op de duizend kinderen langer zijn dan Pluk. Onze big baby.)

Of ze goed at, vroeg de vrouw nog. De Technicus begon te lachen. Zij ook.

Bosbrand

Sinds we in Zweden wonen, hebben we meerdere keren kleine bosbranden van dichtbij meegemaakt. Brandweerwagens die langs ons huis kwamen rijden voor brandjes in ‘ons’ bos, enkele tientallen vierkante meters langs de kant van de weg in de fik, dat soort dingen.

Nu woedt er sinds een volle week(!) een bosbrand in Zweden, zo’n 90 kilometer ten westen van ons. Het oppervlakte van de brand is ongeveer de halve provincie Utrecht. De brand is nog steeds niet onder controle en er is hulp uit Frankrijk en Italië gekomen. De wind is vandaag gedraaid en nu zitten ook wij in een flinke rooklucht. Ik vind het heftig om te merken hoe lang zo’n brand oncontroleerbaar kan zijn, en hoe ver de rook komt. (Of ben ik daarin erg naïef?)

Het is sinds vandaag wat koeler – onder de 30 graden – en het heeft geregend. Er wordt nog meer regen verwacht. Ik hoop dat het helpt.

Paaseitjes

We zitten aan tafel ons toetje te eten. Jip fantaseert over meer dan zijn bakje aalbessen van eigen tuin. Hij wil chocola. Met zijn bestek ‘bouwt’ hij een soort hefboom en takelt een denkbeeldig paaseitje van de grond omhoog. Met zorgvuldige bewegingen pakt hij de lekkernij uit en vertelt daarbij wat hij doet: Strikje eraf. Papiertje eraf. Hup, weg d’rmee, in de prullenbak. Zooo… Alsteblieft Pluk, die is voor jou. Jip strekt zijn hand uit. Pluk glundert en grijpt het denkbeeldige eitje van Jips hand. Hebbes! zegt ze. Ze stopt het eitje in haar mond. Hap. Mmmm, hekke!