Plukpraat

Pluk gebaart niet alleen, Pluk kletst ons de oren van het hoofd! Gezellig, vinden wij. Ter illustratie een beschrijving van deze avond.

Ik kom vlak voor het eten thuis. De kinderen hebben van alles te vertellen. Jip vertelt wat ze gedaan hebben, en Pluk wijst aan: die, die, daa, daa! We dollen nog wat en Jip wordt door zijn vader gekieteld. Pluk komt mee kietelen en zegt: kie kie (kielekiele).

We gaan aan tafel en ik zet Pluk in haar stoel. Koe (stoel), zegt ze. Dan kijkt ze omhoog, maakt het gebaar voor lamp en zegt am, am. Ja, de lamp moet nog aan. Na een paar happen maakt ze het gebaar voor water en zegt: waa waa! Ze wijst naar de kraan. Boven de kraan staat haar beker, met varkentje van Dick Bruna. Grrr grrr, doet Pluk, in een poging te knorren. Ze krijgt haar water en drinkt nonchalant met één hand. Uit een gewone beker – voor de tuitbeker is ze allang te groot, vindt ze zelf. Als het op is, vraagt ze: mih (meer). Het gebaar maakt ze niet, want ze geeft haar beker aan. Ze krijgt nog meer water.

Pluk heeft genoeg gedronken en keert haar beker om boven de tafel. Eej eej (o jee, o jee), zegt Pluk en wijst naar het keukenpapier. Of wij het even op willen ruimen. Ze kijkt in haar beker en zegt en gebaart: op! Pluk eet nog een hoop. Af en toe doet ze met haar lepel een vliegtuig na: Innnnnnnnggg! Het is tijd voor een toetje. Pluk maakt het gebaar voor yoghurt of appelmoes. We weten het niet, want de gebaren lijken op elkaar. We vragen wat ze bedoelt. Josj! zegt Pluk. In het andere geval had ze ap gezegd. Koh (kom), zegt ze, want ze wil een kommetje. Ze geeft het kommetje meteen terug, want er moet nog yoghurt in.

Na het eten is het al bedtijd. Pluk wordt uitgekleed en op de wc gezet. Kuk, roept ze. Er moet een krukje onder haar voeten, net als bij haar grote broer. Kraa (klaar), zegt en gebaart ze als ze klaar is. Terug op de commode. Pyjama aan. Kik kik (klik klik), zegt ze als het tijd is om de drukkers dicht te maken. Jip rent intussen wild rond met een kussen en roept: kussengevecht! Pluk is meteen alert en zegt: kuh-guh-ech. Ik poets Pluks vier tanden en neem haar mee naar de slaapkamer. Meh (melk), zegt Pluk. Ze krijgt eerst een fles en valt daarna aan de borst in slaap.

Welterusten, lieve schat, morgen weer zo’n gezellige dag!

Fotograafje

Wij hebben, net als velen in Zweden, een afvalhok – een hok dat vol staat met containers en waar alle mensen in de buurt hun afval kunnen dumpen. Er wordt nogal wat gedumpt in ons hok. Zo gingen een jaar geleden onze buren verhuizen en die dumpten hun oude kinderkleding. Merkkleding, waar nu onze kinderen in rondlopen. :-) Ook hebben we al eens een goede computer van de dump gered. De Technicus loopt regelmatig vrolijk met kleine zakjes afval naar het hok; kijken of er nog wat moois ligt.

Onze nieuwste aanwinst is een roze zakformaat Samsung fototoestel. Jip heeft die twee dagen geleden gekregen en hij vindt het prachtig! Hij nam het in z’n eigen zak mee naar buiten om foto’s te maken van de mieren. Daarna van de bloemen. Toen kwamen er mensen op de foto’s. Pluk wordt graag gefotografeerd, al staat ze niet altijd stil. Inmiddels maakt hij ook foto’s van zijn knutselwerkstukken, de duplobouwwerken, en van opa en oma op skype.

Het leuke is dat Jip zichzelf een hoop geleerd heeft. De eerste dag stond alles er nog scheef en bewogen op, twee dagen later zijn de foto’s scherp met de onderwerpen ongeveer in het midden. Als een professioneel fotograaf gaat hij met zijn tong uit zijn mond op een afstandje staan en knipt. Hij heeft ook geleerd om filmpjes en geluidopnames te maken. En af te spelen. Jip zegt hallo tegen het toestel en het toestel zegt hallo terug. Grote lol.

Wij observeren en genieten.

Veranderde plannen

De Technicus heeft ouderschapsverlof en op zoek naar een baan na zijn – in september afgeronde – studie. Ik verdien de kost. De kinderen staan op een wachtlijst voor een kleine voorschool waar wij een heel goed gevoel bij hebben. (Jip kreeg er al twee keer een plek aangeboden, waarvoor we hebben bedankt omdat hij er nog niet aan toe was.) Vanaf augustus zou er een hoop gaan veranderen: onze kinderen deeltijd naar de voorschool, en wij ieder in deeltijd werken dan wel studeren.

ZOU er een hoop gaan veranderen. Ja.

Van de week kregen we een telefoontje van de gemeente. Ze hadden vanaf augustus slechts één plek op onze favoriete voorschool beschikbaar. Ze hadden wel een paar plekken op twee andere voorscholen hier in de straat. De één bij een gebouw met een loeiende ventilator op het dak, en waar je daarom de hele dag een harde zoem hoort. Geen optie voor onze geluid-gevoelige Jip. De andere voorschool letterlijk naast de deur, en waar we te vaak eenzame kinderen en schreeuwend personeel hebben gezien.

Tja. Wat nu??

Even nadenken. Jip lijkt er wel aan toe om een paar uurtjes per week naar een voorschool te gaan. Pluk zou alleen gaan, omdat wij willen werken; zelf heeft ze er nog totaal geen behoefte aan. Waarom houden we Pluk niet nog een poosje thuis? vroeg de Technicus.

Het voelde meteen goed. De Technicus neemt nog wat langer ouderschapsverlof. Jip mag naar de voorschool, en kan makkelijk minder uren gaan als dat beter voelt. Pluk krijgt tijd ‘alleen’ thuis en mag zich nog meer aan de Technicus hechten. Ik kan me richten op werk zonder rekening te hoeven houden met ‘ophaaltijden’ op de voorschool. Financieel redden we het prima. En de Technicus vindt het uitdagend en tegelijkertijd fijn en bijzonder om thuisblijfvader te zijn. Iedereen blij dus.

Grappig. Onvoorziene omstandigheden hebben ervoor gezorgd dat wij weer ons hart volgen. :-)

Tijdreizen

Zomertijd, wintertijd. Ik heb nooit begrepen waar dat voor nodig is. Elektriciteit besparen? Het schijnt dat het tegenwoordig een hoop meer kost dan dat het oplevert. Sinds we kinderen hebben, hebben we een grondige hekel gekregen aan dat gedoe. De kinderen willen niet slapen dan wel wakker worden, en het hele gezin is – niet overdreven – een week uit z’n doen.

Dit keer besloten we om er niet aan mee te doen. Oké, nu overdrijf ik, want een half jaar in een andere tijd leven dan de rest van de wereld, is ook niet handig. Maar we besloten om het uur op te delen. We verzetten de klok gewoon tien minuten per dag. Met, indien nodig, nog wat dagen ertussen waarin we de klok niet verzetten.

We begonnen afgelopen dinsdag. Het was bij ons tien minuten later dan in de rest van de wereld. De volgende dag nog een keer. Toen ‘haalden’ we de bedtijd niet, en besloten we de volgende dag de klok niet te verzetten. Enzovoorts. Behalve wat verwarring bij het halen van een bus (hoe laat gaat ‘ie nou?), waar we hartelijk om gelachen hebben, merken we er weinig van.

Dus.

Nog 20 minuten te gaan. Dan is onze tijdreis ten einde.

PS: Dit is uiteraard alleen praktisch als je nauwelijks tijden hebt om naar te leven. Mijn werktijden bepaal ik zelf, en de kinderen hoeven nergens heen. Maar wellicht kan een ander de klok vrijdag-, zaterdag-, en zondagavond iedere keer 20 minuten verzetten?

Avondritueel

Half 6. We zitten aan tafel. De kinderen zijn moe. Erg moe. Jip heeft vanmiddag – jawel – meer dan 2 uur door het bos gelopen, gerend, en geklauterd. Pluk heeft dezelfde tijd op het balkon rondgescharreld. Ze zijn bijna te moe om te eten. Op schoot zitten en gevoerd worden, dat gaat nog net. Na het eten ploffen we snel neer in het leeshoekje – de enige kans op een traanloze avond. Jip kruipt dicht tegen me aan en Pluk rommelt wat aan m’n voeten. Jip noemt willekeurige bladzijdenummers en ik lees. Jip en Janneke.

Na een stuk of tien verhaaltjes is het tijd om naar bed te gaan. Pyjama’s aan, tanden poetsen en in bed. Jip kruipt diep onder de deken en dicht tegen mij aan. Pluk ligt aan de borst. Groot en klein tegelijk. Actief als ze meestal is, komt ze aan de borst helemaal tot rust. Haar ogen vallen langzaam dicht, net als die van Jip. Om kwart over 7 slapen ze allebei.

Morgen weer een dag.

Jip 3 jaar

Hieperdepiep hoera voor Jip!

Jip werd vandaag 3 jaar. DRIE jaar alweer! Twee voelt nog klein, maar drie is al heel wat, vind ik.

Jip vond het spannend, zijn verjaardag. Toen we er vorige week over begonnen, wilde hij er niets van weten. In het middelpunt van de belangstelling staan, is niets voor hem. Echter, de woorden ‘slingers’, ‘taart’, en ‘cadeautjes’ brachten toch een zekere mate van enthousiasme teweeg. Er kwamen de afgelopen week nog een aantal pakjes door de brievenbus; dat was ook goed voor de verjaardagszin.

Jip was erg blij met de slingers en de taart die we gekregen hadden. (Ik had ‘m de avond ervoor zelf gebakken, maar Jip bleef volhouden dat we de taart van iemand anders gekregen hadden. Logisch, als mama een taart kan bakken, waarom ontbijten we dan niet  elke dag met taart?!) Dus, kaarsjes uitblazen, taartontbijt, cadeautjes uitpakken. De absolute topper was de ballonhelikopter, waar Jip, Pluk en de Technicus de rest van de dag mee gespeeld hebben.

We hadden besloten om niemand uit te nodigen (Jip houdt niet zo van drukte) en met z’n vieren een uitstapje te maken. Het was heerlijk weer, de Technicus had nog afvalhout, dus het werd een verjaardagsvuur bij ‘ons vennetje.’ Er lag een dun laagje ijs waar de drie kinderen mee hebben gespeeld. Het was heerlijk. ‘s Middags nog een keer naar buiten, en met drijfnatte skibroeken en modderschoenen weer naar binnen. :-)

Elke keer als Jip weer binnen kwam, riep hij: ‘O, de slingers hangen er nog!’ gevolgd door de vraag: ‘Is het nog steeds vandaag?’ Na het eten wilde hij de slingers opruimen. Het was genoeg geweest, vond hij.

PS: Een fotocollage van Jips derde levensjaar volgt nog. Evenals die van het eerste jaar van Pluk.

Vier!

Jip is dol op bananenchips. Drie kwartier voor het avondeten wil hij er nog een paar.

Ik: Je mag er nog vier.
Jip: Vijf!
Ik: Nee, vier.
Jip: Vijf!
*Jip pakt een hand vol bananenchips.*
Ik: Hoeveel bananenchips heb je?
Jip telt: Eén twee drie vier vijf zes zeven acht!
Ik: Doe er maar een paar terug dan.
*Jip doet twee bananenchips terug in de pot.*
Ik: Hoeveel heb je er nu nog?
Jip telt: Vier vier vier vier vier VIER!