Autonoompje

Die Pluk, dat is me d’r eentje. Zat ze een paar weken geleden nog in de ja-fase, daar was ze kort daarna alweer uit. Nu is bijna alles NEE! Vooral als iemand iets voor haar wil bepalen. Of als het daar ook maar een klein beetje op lijkt. Nee, mevrouw wil zelf beslissen. Een paar voorbeelden.

We zitten aan tafel en ik vraag vriendelijk of Pluk misschien nog meer wil eten. Ze kijkt me boos aan en roept nee! Ik haal m’n schouders op, zeg oké en wil haar bordje aan de kant schuiven. Maar dan roept Pluk: WEL, grist haar bordje weg en kijkt mij zo mogelijk nog bozer aan.

‘s Avonds als wij naar bed gaan, laten we de kinderen altijd nog even plassen. Ik zet een slaperige Jip op de wc, laat hem plassen en leg hem terug in bed. Dan is Pluk aan de beurt. Ik zet een slaperige Pluk op de… ze spant haar hele lijf. NEE, potje! Prima, op het potje, dan terug in bed. De volgende twee avonden gaat op dezelfde manier. De vierde avond denk ik slim te zijn en zet Pluk meteen op het pot… NEE, WC! Oké…

De avond daarop dacht ik nóg slimmer te zijn, maar dat bleek nóg dommer. Ik vroeg Pluk of ze op het potje of op de wc wilde. Dat wilde ze geen van beide. Toen ze begreep dat ze in deze kwestie geen keus had, ging ze in volledige verzetsmodus – krijsen, schoppen, spullen wegduwen. En op de grond van de badkamer plassen. Beentjes schoonmaken, nog meer krijsen, en uiteindelijk overgave. Ze heeft in bed nog een half uur lang mijn hand willen vasthouden.

We kunnen er meestal erg om lachen. Autonoom, dat is onze Pluk. Eén ding is zeker: ons leven is interessanter geworden met Pluk erbij.

Ontleden

Jip wilde een boek van Winnie de Pooh lezen. Die hadden ze niet bij onze dorps-bibliotheek. Onderweg naar huis vertelde ik dat ik ‘m online zou bestellen. En dat het boek dan naar onze bieb gestuurd zou worden. Waarop Jip zei: Dan moet je op de computer schrijven. En dan moet je eerst Win schrijven, en dan Poe!

Jip zat rozijnen te eten. Papa, zit daar roo in? Het woord zijn kende hij natuurlijk wel, maar ja, wat betekent ro? Een dag later vertelde hij aan Pluk dat er anna in de ananas zat.

Jip speelt met woorden, en hij ontleedt ze. En wij genieten ervan.

Bosbessen

In en rond ons huis groeit een en ander eetbaars. Tuinkers en taugé in bakjes in huis. Pluksla aan de rand van het balkon. Aardbeien, frambozen, 3 soorten courgette en 5 soorten pompoen op de tuin. Aalbessen, frambozen en wilde aardbeien overal om ons heen. En bosbessen, in ‘ons’ bos natuurlijk. Jip en Pluk plukken die graag. Zodra we langs bosbessenstruiken komen – en dat is vaak, want het bos is ermee bezaaid – roept Jip dat hij bosbessen ziet. De kinderen hurken dan tussen de struikjes en beginnen te snoepen; hun vingers en mond algauw helemaal paars. Heerlijk!

Nu, tegen het eind van het bosbessenseizoen, zijn de bessen wat lastiger te vinden. De kinderen moesten vandaag echt zoeken. Jip had daar natuurlijk een oplossing voor bedacht:

Jip: Zullen we bij ons thuis bosbessen laten groeien?
Ik: Ja, dat zou wel leuk zijn, maar bosbessen hebben een bos nodig om te groeien.
Jip: Dan moeten we huisbessen laten groeien!

Vier dagen Helsinki

Net terug uit Helsinki. Niet voor een vakantie, maar voor een congres. Zonder kinderen – dat voelde toch een beetje als vakantie – en blij dat ik weer thuis was, want wat heb ik ze gemist! Een korte impressie:

  • Een gevangenis als hotel. Drie cellen bij elkaar vormden de kamer van mijn collega en mij. Ze hadden de oude gevangenis op een leuke manier chique gemaakt.
  • Reizen en de eerste avond uit eten met een collega en onze professor. Gezellig!
  • 25 presentaties over RNA. Hoe vaak ik dat woord gehoord heb…
  • De eerste keer zelf een presentatie geven op een congres. Ik vond het zelfs leuk om m’n werk te presenteren en er vragen over te krijgen van andere nerds. ;-)
  • De laatste avond eten in een restaurant met uitzicht over de Baltische Zee. Zo’n chique diner heb ik zelden gehad: 4 gangen met bij elke gang een bijpassende wijn.
  • En het grootste compliment dat ik kreeg: You are the queen of comfortable clothes. Ik voelde me niet eens underdressed. :-D

Hallo dagis! Dag dagis!

Vorige week maandag begon Jip op de dagis (dagverblijf), oftewel voorschool. Ik ging met hem mee. De eerste ochtend een uurtje wennen, de rest van de week steeds iets langer. Hier in Zweden is het de gewoonte dat één van de ouders er in het begin bij blijft, en na verloop van tijd steeds langer wegblijft. Het inscholen zou wel een week of twee duren, en waarschijnlijk langer.

De voorschool die wij hadden uitgekozen is een kleine voorschool, met kinderen van 1 tot 6 jaar bij elkaar. De sfeer is familiaal. Voor de zomer kregen wij een brief waarin werd verteld welke kinderen er ingeschoold zouden worden. De groep kwam rond die tijd een keer langs ons huis lopen, en de leidsters wezen ons huis aan en vertelden de kinderen: daar woont Jip en die komt na de zomer bij ons. We hadden er een goed gevoel bij.

Jip vond het vreselijk spannend. Al die nieuwe kinderen en leidsters, die ook nog eens een andere taal spraken. (Jip verstaat wel wat Zweeds, maar heeft nog nooit meer dan een enkel woord gesproken.) Jip kreeg de tijd en ruimte om op zijn eigen tempo te wennen. Ik sprak wat met de leidsters en vertelde over onze intenties: we hebben geen bepaalde tijden ‘nodig’, want de Technicus is toch thuis met Pluk, en Jip zou wat ons betreft slechts een paar uurtjes per week komen.

Toen wilde de locatieleidster met mij spreken. Ze was heel duidelijk en vond dat we moesten kiezen: óf we gaan ervoor, óf niet. Als we Jip op de voorschool wilden hebben, dan moest hij ook 20 uur per week, maar het liefst nog langer, komen. Anders zou hij buiten de groep vallen. De andere kinderen komen namelijk allemaal bijna fulltime – nu de 30-uurs-regel is ingevoerd.

We hebben er even over nagedacht. En toen heel duidelijk nee besloten. Dus, nog geen week na de eerste ochtend op de voorschool, hebben we alweer afscheid genomen. Wij zijn erg blij met onze beslissing en Jip is opgelucht. Het personeel vond het verstandig. Jip wordt niet gelukkig van veel tijd in een groep. Dat hebben ze goed gezien.

Nu zijn we Jip weer aan het uitscholen – hij moet bijkomen van alle indrukken en wordt langzaam weer zijn oude zelf.

Nee-ja-nee

Pluk zit, net als Jip destijds, in de ja-fase. Ze vindt bijna alles leuk om te doen, lekker om te eten, en interessant om te ontdekken: ja Ja JA! Vanavond was een uitzondering. We zaten aan tafel en Pluk wilde niks meer.

T: Pluk, wil je nog wat saus?
Pluk: Nee.
T: Wil je wat yoghurt?
Pluk: Nee.
Ik: Wil je je handen schoonmaken en van tafel af?
Pluk: Nee!
T: Ga je overal nee op zeggen?
Pluk: Hehehe, ja! Neeneeneeneenee.

Big baby

Een paar dagen geleden boekte ik een vliegticket bij de K.LM. Ik ga met Pluk een lang weekend naar familie in Nederland. Leuk! Volgens de vliegmaatschappij is Pluk nog een baby en mag ze bij mij op schoot.

Baby. Nou. Ehm. Nee. Niet echt. Echt niet.

Vandaag was de Technicus met de kinderen op het consultatiebureau. Pluk moest gecontroleerd worden. Of ze al een beetje was begonnen te praten. (Ja, we hebben complete conversaties, heerlijk!) En of ze blokken kon stapelen. (Het kind speelt met Lego en Geomag, en rijgt kralenkettingen.) Nog een paar testjes en alles was meer dan ruim in orde. We waren het erover eens: het is heerlijk als je kinderen zich zo moeiteloos ontwikkelen.

Dan mag u nu haar kleren en luier uit doen.’ ‘Ze draagt geen luiers, maar onderbroeken.’ ‘Huh?’ De vrouw van het bureau was een leuke, en snapte het meteen toen de Technicus vertelde over BZC. Toen werd Pluk gemeten: 90 centimeter. Ze paste net wel/niet op het meetplankje. Dat had de vrouw van het consultatiebureau nog nooit meegemaakt. (Anderhalf jaar en 90 centimeter betekent dat ongeveer 2 op de duizend kinderen langer zijn dan Pluk. Onze big baby.)

Of ze goed at, vroeg de vrouw nog. De Technicus begon te lachen. Zij ook.